Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om kapitaalgoederen te kopen, maar ook voor consumptieve doeleinden; bijvoorbeeld A. wil geld lenen voor een feest ter gelegenheid van het huwelijk van zijn dochter. Hij leent nu ƒ 50,— en belooft over 3 maanden, als zijn oogst is binnengekomen, ƒ 70,—- terug te betalen. Dit betekent 40 % in 3 maanden of 160 % per jaar. Men kan dan zeggen, dat de hoge rente, die hij wil betalen, alleen berust op zijn gering economisch perspectief. De geldschieter vraagt zo'n hoge rente, omdat hij bij deze geldlening een vrij groot risico loopt en zich soms veel moeite moet getroosten het geld terug te krijgen.

Wanneer X ƒ 1,— leent om een patjol te kopen en hij betaalt daarvoor gedurende 12 pasarweken (week van 5 dagen) telkens 10 centen, dan heeft hij dus over 30 dagen ± 20 % rente betaald of ± 240 % rente per jaar. 1)

Hoe moet men nu deze hoge rente verklaren? Is X bereid deze hoge rente te betalen, doordat zijn economisch perspectief zo gering is of omdat hij door de patjol zijn productie zo belangrijk kan verhogen?

Over dit onderwerp hoort men meestal twee verschillende meningen verkondigen. Sommigen zeggen: de rente, die de tani betaalt voor een geldlening is zo hoog, doordat zijn economisch perspectief zo gering is en anderen beweren: dat komt door de armoedige omstandigheden, de noodtoestand, waarin hij verkeert. De laatste mening zou men ook aldus kunnen formuleren: dat komt, doordat hij produceert hoofdzakelijk met behulp van de natuur en zijn arbeid en zeer weinig kapitaalgoederen. Heeft hij in het geheel geen kapitaalgoederen, dan betekent de geldlening, waarmede hij die kapitaalgoederen kan kopen, in zeer sterke mate meerdere stijging van de opbrengst. 2) Door welke van de twee omstandigheden wordt

x) Op het eerste gezicht zou men zeggen dat hij ƒ 1.— leent, ƒ1.20 na 2 maanden heeft terugbetaald en dus 20 % rente in 2 maanden = 120 % rente per jaar betaalt.

Dit is echter onjuist. Hij hééft als het ware 10 maal 10 cent geleend, die hij gemiddeld na 1 maand moet terugbetalen met 20 cent rente. Hij betaalt dus feitelijk ± 20 % rente per maand of ± 240 % per jaar.

2) We hebben hierboven gezegd (pag. xoi), dat de vraagprijs van den inheemsen landbouwer voor kapitaalgoederen dikwijls veel hoger is dan de kostprijs van die kapitaalgoederen voor den

Sluiten