Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar geldinkomen heeft aangepast door in haar bedrijf zo min mogelijk geld te gebruiken. Hierdoor is de behoefte aan klein crediet (tot ƒ 10,—) zeer toegenomen terwijl de behoefte aan groter crediet bij den tani belangrijk is afgenomen.

De Directie stelt zich nu op het standpunt, dat de uitgifte van kleinere leningen moet worden overgelaten aan de desabanken en desaloemboengs en het middelbare en grotere crediet moet worden verzorgd door de Volkscredietbank. Deze instelling moet dan, meer dan in de afgelopen jaren, aan grotere leningen, aan het crediet voor handel, ambacht en nijverheid aandacht geven. Ook moet aan andere crediet mogehjkheden aandacht worden gegeven, bijvoorbeeld financiering van regentschaps- en landschapsbedrijven en -werken, alsmede van visserij en weverij in samenwerking met de betrokken voorlichtingsdiensten.

Op Pag- 183 ziet men de balans van de Alg. Volkscred. Bank per ultimo 1934.

Dorpscredict- Op Java waren er in 1934 in totaal 6.284 dorpsbanken en

instellingen. g ^ desaloemboengs

In 1925 bedroeg dit aantal respectievelijk 4.307 en 6.453. Het aantal dorpsbanken is dus gestegen en het aantal desaloemboengs is gedaald in de periode van 1925—1934.

Op Java en Madoera onderscheidt men desabanken en desaloemboengs.

Beiden zijn instellingen van de Inlandse gemeente. Het zijn gemeentebedrijven zoals het waterleidingbedrijf van de Stadsgemeente Soerabaia. x)

*) Mr. Th. A. Fruin schrijft hierover in het maandblad „Volkscredietwezen" April 1933 pag. 478: Inderdaad zijn loemboengs en desabanken slechts in naam instellingen der Inlandsche gemeenten. In werkelijkheid vormen zij een door de Centrale Kas geleid credietapparaat, waarin de desahoofden, met hun handlangers, de rol van beheerders van plaatselijke kantoren spelen, beheerders wier werkelijke bevoegdheid over het algemeen weinig verder gaat, dan het uitgeven der afzonderlijke leeningen binnen enge grenzen, onder verplichting te zorgen, dat het geleende stipt volgens vaste schema's terugbetaald wordt. Het is evenwel gebleken, dat het streven der dienstleiding naar grooter soepelheid en meer vrijheid der instellingen steeds weer door onregelmatigheden en fraudes en gebrek aan inzicht der commissies verijdeld is.

Sluiten