Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onderhoud van wegen), pantjendiensten op Java en Madoera, dat zijn huishoudelijke werkzaamheden ten behoeve van Inlandse Hoofden en desadiensten, dat zijn diensten, in het belang der desa verricht (zoals nachtwacht, aanleg en herstel van desawegen).

Artikel 57 van het Regeringsreglement van 1855 schreef voor, dat in de „persoonlijke diensten trapsgewijze vermindering moest worden gebracht bestaanbaar met het algemeen belang."

In verband hiermede zijn op Java en Madoera, met uitzondering van de Vorstenlanden, de pantjendiensten voor Inlandse bestuursambtenaren in 1882 afgeschaft. Daarvoor in de plaats trad een hoofdgeld van ƒ 1,— per jaar. In 1890 is men begonnen ook de herendiensten af te schaffen voor de Gouvernementslanden van Java en Madoera. In dit gebied heeft men de herendiensten geleidelijk verminderd totdat in 1916 deze belasting in arbeid feitelijk geheel is afgeschaft. Herendiensten voor aanleg en onderhoud van wegen worden thans niet meer gevorderd. Alleen bij natuurrampen, pestgevaar en andere bijzondere omstandigheden kunnen nog herendienstplichtigen worden opgeroepen. Bij de feitelijke afschaffing van de herendiensten heeft men in de Gouvernementslanden van Java en Madoera het hoofdgeld verhoogd tot ƒ 5,—.

In het „Onderzoek naar den Belastingdruk op de Inlandsche Bevolking" samengesteld in 1926 door de Heren J. W. Meyer Ranneft en Dr. W. Huender is gewezen op de grote financiële last, die door dit hoofdgeld op de bevolking was gelegd. Het hoofdgeld is per 1 Januari 1927 afgeschaft voor de Gouvernementslanden van Java en Madoera.

In de buitengewesten worden nog, met uitzondering van enkele gewesten, herendiensten verricht. De verplichting tot verrichten van herendiensten kan afgekocht worden. In 1934 bedroeg het aantal herendienstplichtigen ongeveer 1.432.000, waarvan 229.100 hadden gebruik gemaakt van de gelegenheid tot afkoop. Voor 1930 waren deze cijfers respectievelijk: 1.469.000 en 850.000. Op Bangka en Billiton zijn de herendiensten afgeschaft en vervangen door een hoofdgeld van ƒ 3,30.

io°. In- en uitvoerrechten.

Deze rechten zijn geregeld in de Indische Tariefwet van 1872 (sedert dien herhaaldelijk gewijzigd).

Vóór 1872 werden uiteenlopende rechten (differentiële rechten)

Sluiten