Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omgekeerd de economische vraagstukken vaak in verband gebracht met algemene sociale kwesties en het gevolg is, dat de zuiver economische vraagstukken dikwijls op allerlei manieren vertroebeld worden.

Eigenlijk algemene belangstelling voor de economie is voor Mercantihet eerst ontstaan in de 17e eeuw bij de zogenaamde Mercanti- 1,stenlistische schrijvers, voornamelijk in Frankrijk en Engeland.

In deze beide landen was toen een krachtig streven merkbaar om handel, scheepvaart en industrie te bevorderen en één van de middelen, waardoor men handel en industrie meende te kunnen bevorderen was goud en zilver; de regering moest bevorderen de toestroming van goud en zilver uit het buitenland, want „hoe meer edel metaal er in een land aanwezig was,

des te groter zou de welvaart zijn." Er ontstond toen dus voor het eerst een algemene theorie over de vraag, wat voor de welvaart van een land wenselijk is.

De stelregels van de Mercantilisten kwamen in het kort op het volgende neer. De welvaart van een land zou verhoogd worden door toeneming van de aanwezige hoeveelheid goud en zilver. De toestroming van edel metaal uit het buitenland zou plaats vinden, wanneer de staat zorgde, dat de hoeveelheid uitgevoerde goederen groter was dan de hoeveelheid uit het buitenland ingevoerde goederen. Men streefde dus naar een „voordelige handelsbalans". Het overschot van de uitvoer zou dan vanzelf betaald worden met goud en zilver. De invoer moest nu belemmerd worden door hoge invoerrechten en de uitvoer moest verhoogd worden door de inlandse industrie,

die voor export werkte, zoveel mogelijk te bevorderen. Om deze industrie te bevorderen werden in Frankrijk verschillende staatsfabrieken opgericht onder leiding van Colbert, minister van Lodewijk XIV. Verder werden in Frankrijk reglementen voor de industrie uitgevaardigd, waarin uitvoerige voorschriften werden gegeven op welke wijze de industrie haar producten'

moest voortbrengen. Woekerwetten werden uitgevaardigd om te bereiken, dat de industriële ondernemers op goedkope wijze geld konden lenen.

Men kan als kenmerk van de mercantilistische leer beschouwen de opvatting, dat de Staat op allerlei manieren bemoeienis moest hebben met de productie.

De richting van de physiocraten kan men beschouwen als PhysiocratcD.

Sluiten