Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevels hem aan. Het zweet brak hem uit, hij betastte zijn hoofd: ben ik krankzinnig, waar zijn de menschen?

Hij bleef staan, wanhopig omziend naar alle kanten.

In de verte naderde het lichtje van een fiets. Seffe haalde verruimd adem. Wie zou het zijn, hij voelde ineens een vreemde genegenheid voor de onbekende. Het was of hij in diepste nood een vriend had gevonden.

Spijtig zag Seffe hoe het lichtje in een zijstraat verdween.

Tegen het licht van een lantaarn kon hij zien dat het een agent was.

Toen Seffe in het donkere huis voorzichtig weer de trap op ging, moest hij denken aan de jongen en het meisje van zijn boek. Hij zag in dat hij sterk moest zijn en voor zijn eigen angsten niet hun leed mocht vergeten. Ik heb toegegeven aan mijn moeheid en me belachelijk gemaakt, misschien hebben zij het gezien, ik moest me schamen.

Op zijn kamer haalt hij uit een map een courantenuitknipsel:

Te Berlijn zijn gisteren de negentienjarige Louise Schaubeck en de eveneens

Sluiten