Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wilt u het licht niet opsteken?

Nee, ik vind het wel.

Van Hasselt ging zitten op de rand van zijn bed. Seffe hoorde hem ademhalen. Van Hasselts gestalte leek bijna onmenschelijk groot. Seffe wist niet of hij waakte of droomde.

Je boek heeft me wel erg aangegrepen, Seffe, eigenlijk schaam ik me een beetje voor je, ik ben toch ook een van die ouderen. Vind je mij ook slecht?

Zijn stem klonk verdrietig, het was of hij smeekte. Seffe voelde zich ineens weemoedig, hij had van Hasselt geen verdriet willen doen.

Nee, ik houd van u.

Is dat waar, Seffe, vind je me niet slecht... ook niet omdat... omdat ik een jood ben?

Nee, natuurlijk niet, hoe kunt u dat denken? Eigenlij k bent u altijd mij n eenige vriend geweest.

Seffe schaamde zich, het was of hij goed moest maken wat de wereld aan de joden had misdaan. Een groot medelijden vervulde hem, hij zocht de hand van van Hasselt en toen hij merkte dat deze ook de zijne zocht begreep hij ontroert dat van Hasselt bij hem vertroosting kwam zoeken. Hij zei: ik heb u altijd beschouwd als mijn vader en hij dacht: al is hij jood, al is hij duizendmaal jood.

Sluiten