Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet aan Dolf, die natuurlijk opgestookt was. Ook niet aan Marianne...

Was hij een goed mensch of niet? Hij wilde alleen aan van Hasselt denken, de jood die de Christenen in een sanatorium hadden gejaagd. Van Hasselt was zijn eenige vriend van alle menschen... En weer begreep hij niet waarom hij niet blij der was dat van Hasselt beter werd, hij herinnerde zich dat hij van Hasselt eigenlijk heelemaal niet gemist had. Was hij dan zoo gevoelloos en zoo egoïst dat het geluk van anderen hem niet verheugde? Was zijn boek dan alleen maar poseeren geweest met slechtheid en leed van anderen zonder wezenlijk medelijden?

Ik ben een nietsnut... een nietsnut... een nietsnut... Hij zag met verwondering naar de steeds aanhoudende menschenstroom die langs hem ging. Zij allen waren vervuld van iets, zij allen haastten zich naar een doel. Alleen hij liep doelloos... doelloos... want het doel dat hij had vervulde hem niet.

Hij ging een winkel binnen en kocht wat bloemen.

De portier van het sanatorium wees Seffe de weg: u gaat twee trappen op en dan is 't aan het einde van de gang rechts, kamer 36.

Sluiten