Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. Verdeeling van Nederlandsch-Israelieten en Portu-

geesch-israelieten naar geslacht en in drie leeftijdsgroepen bij de volkstellingen van 1899—1930.

Jaren Nederlandsch- Portugeesch- Ne^rfandsche

„ Israelieten Israelieten , „ •

Leeftijden volks- bevolking

tellin-

gen mann. vrouw. mann. vrouw. mann. vrouw.

1899 43,9 40,7 44,1 40,0 45,2 43,5

Beneden 1909 39,1 35,3 39,4 33,9 44,9 43,2

20 jaar 1920 34,9 31,5 34,6 28,9 43,3 41,6

1930 31,0 27,9 31,0 26,8 40,8 39,2

1899 41 39,5 41,4 39,8 40,0 38,5 38,9

20—49 1909 42,9 45,2 41,4 45,4 39,2 39,8

jaar 1920 45,5 46,3 45,5 47,8 40,3 41,0

1930 45,2 45,1 46,1 45,9 41,4 42,3

1899 16,5 17,8 16,1 19,8 16,5 17,7

50 jaar 1909 17,9 19,2 19,1 20,7 16,0 17,0

en ouder 1920 19,5 22,1 18,9 23,4 16,4 17,5

1930 23,7 27,1 23,0 27,3 17,7 18,6

Overigens blijkt nog uit tabel XII, dat tusschen de cijfers van de Nederlandsch- en van de Portugeesch-Israëlieten geen verschillen van beteekenis bestaan. Ten aanzien van geboorte- en leeftijdsverhoudingen vormen zij als het ware één groep. Op te merken valt nog, dat in de klasse „beneden 20 jaar", het percentage voor de Portugeesch-Israëlietische vrouwen steeds het laagst is.

Leeftijd en geslacht naar grootte van gemeenten.

De bijzondere verspreiding van de Joden over de verschillende groepen van gemeenten, waarover hoofdstuk II handelt, doet de vraag opkomen of er verschillen van beteekenis bestaan tusschen de leeftijdsverhoudingen in de groote en de kleine gemeenten. Het antwoord op deze vraag geven de tabellen C en D (bladzijden 134

Sluiten