Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

HUWELIJK.

A. Rijk

Verdeeling naar burgerlijken staat.

De verdeeling van de Joden en van de geheele bevolking naar den burgerlijken staat op het tijdstip van de laatste drie volkstellingen blijkt uit tabel XV.

Evenals bij vrijwel alle overige kerkelijke gezindten is het aantal der ongehuwden bij de Nederlandsch- en Portugeesch-Israëlietische kerkgenootschappen in deze jaren afgenomen en dat der gehuwden toegenomen.

Doch afgescheiden van de gelijk verloopende stijging van het aantal gehuwden, is van volkstelling tot volkstelling het percentage gehuwden bij de Joden grooter dan bij de totale bevolking. Dit verschil is in elk van de hier vermelde elkaar opvolgende jaren zelfs toegenomen. De oorzaak van dit verschil ligt in de van de geheele bevolking afwijkende leeftijdsverdeeling der Joden, zoowel van mannen als van vrouwen.

Uit deze omstandigheid is ook het verschil te verklaren, dat bestaat tusschen de op bladzijde 45 opgenomen percentages en die van deze tabel. Terwijl het percentage gehuwde Joodsche vrouwen in den vruchtbaarheidsleeftijd lager is dan het overeenkomstige van de niet-Joodsche vrouwen, is bij de overige leeftijdsgroepen juist het tegendeel het geval. Het percentage gehuwde vrouwen in de leeftijdsgroepen van 50 jaar en ouder, tezamen met de leeftijdsgroep 10—19 jaar, bedraagt voor de Joodsche vrouwen 27,5, voor de nietJoodsche vrouwen 19,4. Het gewicht van deze niet of weinig vruchtbare groepen op het totaal, heeft tot gevolg, dat het algemeene percentage gehuwde Joodsche vrouwen grooter is dan van de niet-Joodsche.

Demografische Statistiek. 4

Sluiten