Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de laatste halve eeuw meer van het platteland hebben teruggetrokken, zijn de verhoudingen, welke daar bestaan en de algemeene demografische uitkomsten in zoo sterke mate beïnvloeden, voor hen van minder beteekenis geworden.

In enkele opzichten bovendien, is door het vertrek van zoovele Joden van het platteland en uit de kleine plaatsen, het overblijvende deel ook in absoluten zin van weinig belang geworden en speelt het Voor een deel ook geen rol meer in het sociale en demografische bestaan der Joden, zoomin als in het religieuze.

Uit de op bladzijde 37 medegedeelde cijfers is gebleken, dat Amsterdam, dat een zoo beheerschende plaats inneemt, tezamen met nog slechts zes gemeenten (t.w. Apeldoorn, Arnhem, 's Gravenhage, Groningen, Rotterdam en Utrecht) 82 procent van de Nederlandsche Joden telt. De overige 18 procent zijn verspreid over 400 gemeenten. Deze cijfers zijn ter adstructie van het hiervoren gezegde, voldoende.

Het aantal van 325 gemeenten waarin 50 of minder Joden woonden, verdient om zijn grootte nader geanalyseerd te worden. Deze analyse levert de volgende uitkomst:

Aantal gemeenten waarin woonden:

1 Jood. . 50

2 Joden . 25 3-5 „ . 60 6-10 „ . 68

11-20 „ . 67

21-50 „ . 55

Totaal. . 325

Bedenkt men, dat naar Joodschen ritus eerst een tiental mannen een gemeente kan vormen in den Joodschen zin van het woord en slechts zulk een gemeente godsdienstoefeningen kan houden, dan blijkt uit deze cijfers, dat in ongeveer 270 van de 325 hier vermelde gemeenten Joodsch godsdienstig leven anders dan voorzoover dit individueel geleefd kan worden, feitelijk uitgesloten is. Voor de

Sluiten