Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4.

(1) Grondslag voor de berekening der belasting is het gezamenlijk aantal zitplaatsen van alle autobussen, die de ondernemer exploiteert.

(2) Het aantal zitplaatsen per autobus wordt berekend naar het maximum aantal personen (het bedienend personeel inbegrepen) verminderd met één, dat tegelijk door een autobus kan worden vervoerd.

Artikel 5.

(1) De belasting bedraagt per jaar f 12.— per zitplaats.

(2) Het belastingjaar is het kalenderjaar.

(8) Voor autobussen, waarmede in den loop van eenig jaar de exploitatie wordt aangevangen, wordt den aanslag opgelegd, berekend over de op het tijdstip van aanvang nog niet ingetreden maanden van het belastingjaar.

Artikel 6.

De aanslag geschiedt ambtshalve.

Artikel 7.

[B.P.B. 1931, Serie A No. 6; i.w.g. 10 Mei 1931 *)J.

(1) Indien in den loop van eenig belastingjaar het aantal of de soort der autobussen, waarmede de exploitatie geschiedt, wijziging ondergaat, wordt van den aanslag door het College van Gedeputeerden ontheffing verleend, dan wel door den Raad een aanvullende aanslag opgelegd.

(2) De ontheffing, dan wel de aanvullende aanslag wordt berekend over de op het tijdstip der wijziging nog niet ingetreden maanden van het belastingjaar.

Artikel 8.

(1) Na de vaststelling der kohieren worden aan belastingplichtigen aanslagbiljetten uitgereikt.

(2) De Gouverneur is bevoegd om schrijf- en rekenfouten, bij de vaststelling van de kohieren begaan, te herstellen, echter na de uitreiking van het aanslagbiljet niet ten nadeele van den belastingschuldige.

*) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1930,

Sluiten