Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De motorrijtuigenbelastingverordening van den voormaligen Plaatselijken Raad van Madioen en Ponorogo van 21 Mei 1028, Extra Bijvoegsel No. 57 der Javasche Courant van 24 Augustus 1928 No. 68.

4. De Kedirische Gewestelijke motorrijtuigenbelastingverordening van den voormaligen Plaatselijken Raad van Kediri en Blitar van 27 November/20 December 1926, Extra Bijvoegsel No. 9 der Javasche Courant van 1 Februari 1927 No. 9.

5. De verordening op de motorrijtuigenbelasting voor het gewest Pasoeroean van den voormaligen Plaatselijken Raad van Pasoeroean, Probolinggo en Malang van 14 Juli/30 October 1922, Extra Bijvoegsel No. 25 der Javasche Courant van 15 December 1922 No. 100.

6. De verordening tot heffing en invordering eener motorrijtuigenbelasting van den voormaligen Plaatselijken Raad van Bondowoso en Djember van 27 Februari 1926, Extra Bijvoegsel No. 31 der Javasche Courant van 11 Mei 1926 No. 37.

7. De verordening tot heffing en invordering eener belasting onder den naam van motorrijtuigenbelasting van den voormaligen Plaatselijken Raad van Oost- en West-Madoera van 28 September 1918, Extra Bijvoegsel No. 25 der Javasche Courant van 6 December 1918 No. 98.

Soerabaja, 14 Augustus 1929.

De Gouverneur van de Provincie Oost-Java, Haedeman.

Artikel 31, lid (2), van de Motorvoertuigenbelastingordonnantie Java en Madoera 1933:

„(2) Gerekend vanaf laatstgenoemden datum (1 Januari 1933) vervallen alle provinciale en gemeentelijke verordeningen op de heffing van belasting op het motorverkeer, behoudens ten aanzien van de krachtens die verordeningen over vorige belasting jaren verschuldigde belastingen".

Sluiten