Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1). het is verboden het gesneden gras of ander veevoeder en het gehaalde strooisel te vervoeren met daartoe in het bosch gekapt, afgetrokken of afgebroken levend hout.

HOOFDSTUK V.

Verbodsbepalingen tot het tegengaan van boschbranden.

Artikel 9.

Het is verboden gedurende de maanden Mei tot en met November:

I. binnen de grenzen van 's Lands bosschen zich te bevinden met brandende of smeulende voorwerpen anders dan op of langs die wegen, sleuven en paden, waar door of vanwege den betrokken boschbeheerder na overleg met daartoe door den Gouverneur aangewezen ambtenaren op duidelijk zichtbare wijze is aangegeven, dat zulks geoorloofd is;

II. binnen de grenzen van 's Lands bosschen vuren aan te leggen anders dan bedoeld in artikel 20, lid (2), van de Boschordonnantie voor Java en Madoera 1927, tenzij 's Lands dienst zulks bevordert, dan wel daartoe door het beheerspersoneel van het Boschwezen vergunning is verleend; in beide gevallen echter met inachtneming van de daarvoor bevolen veiligheidsmaatregelen;

III. binnen een afstand van 100 m van eenige grens van 's Lands bosschen of van eenig terrein met natuurlijke begroeiing aan 's Lands bosschen grenzend (behalve op erven en huizen), vuren aan te leggen, anders dan met inachtneming der volgende voorschriften:

A. bij het schoonbranden van terreinen:

le. moet eerst op het door het vuur te zuiveren terrein — zoo het grenst aan bosch of wel aan een terrein met dood of brandbaar materiaal of met zoodanige begroeiing, dat overslaan van het vuur daarop en verder naar het bosch niet uitgesloten is — een strook gronds van ten minste 10 m breedte langs het bosch of het bovenbedoelde aangrenzende terrein geheel worden gezuiverd van alle brandbare stoffen;

2e. mag het afbranden slechts bij windstilte geschieden tusschen half zes en tien uur 's morgens;

Sluiten