Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Engel: Die nobis Maria, quid vidisti in via?

Maria Magda'ena: Sepulchrum Christi viventis, et gloriam vidi resurgentis.

Maria Jacobi: Angelicos testes, sudarium, et vestes.

Maria Salome: Surrexit Christus spes mea; praecedat vos in Galilaea.

Allen samen: Scimus Christum surrexisse a mortuis vere; tu nobis victor Rex miserere.

Kennelijk is dit ontleend aan Wipo's gedicht, al verzwijgt de maker dit plagiaat.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het Utrechtse Antiphonale uit de 12de eeuw. Dit is vrijwel een eensluidende tekst als die van 't klooster te Sint Gallen.

Trouwens, in de liturgie van de meeste bisdommen op 't vasteland en in Groot Brittanje treffen we bedoelde regels aan.

Een ander toneel ontwikkelde zich uit de evangelietekst van foannes 20, 11-18: Doch Maria stond buiten bij het graf te wenen. Terwijl ze dan schreide boog ze voorover in het graf. Ze ziet twee engelen, in het wit, zitten, de een aan het hoofd- en de ander aan het voeteinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had,

En ze zeggen haar: „Vrouw, waarom weent ge?"

Ze zegt hun: „Omdat ze mijn heer hebben weggehaald en ik niet weet, waar ze hem gelegd hebben".

Toen ze dat gezegd had keek ze om en zag Jezus staan, en wist niet dat het Jezus was.

Jezus zegt haar: „Vrouw, waarom weent ge? Wie zoekt ge?'' Zij meent dat het de hovenier is en zegt hem: „Heer, als ge hem weggedragen hebt, zeg mij, waar ge hem gelegd hebt, en ik zal hem halen".

Jezus zegt haar: „Maria".

Zij keert zich om en zegt hem in 't Hebreeuws: „Rabboni". (wat leraar betekent).

Jezus zegt haar: „Raak mij niet aan, want ik ben nog niet opgeklommen naar de Vader. Doch ga naar mijn broeders en zeg hun: „Ik klim op naar mijn Vader en uw Vader, en mijn God en uw God". Maria Magdalena komt aan de leerlingen melden: „Ik heb de

Heer gezien' , en dat Hij haar aldus gesproken heeft.

*

* *

Men weet, dat in het evangelie volgens Marcus 16, verhaald wordt hoe Maria Magdalena en Maria van Jacobus en Salome—toen de sabbat voorbij was—reukwerken kochten teneinde Jezus' lichaam te gaan balsemen. En zeer vroeg op de eerste dag der week kwamen zij aan het graf, bij zonsopgang. En ze zeiden onder elkander: „Wie zal ons de steen wegwentelen uit de deur van het graf?" En ze keken en zagen, dat de steen terzijde gewenteld was; want hij was

Sluiten