Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arriëns met den officier van Justitie, toen bekend was geworden, dat ik van Zutphen naar Meerenberg zou overgaan, nog tal van „vuil” tegen mij had ingebracht. Dit klonk te weerzinwekkender, omdat W. C. Arriëns reeds in 1933 door zich plotseling te mengen in de zaak Boeijink, een tien jaar bestaan hebbende vriendenband tusschen Arriëns en mij reeds hopeloos had verwoest. Zou het thans mogelijk zijn, dat de weêrgaloos valsche toeleg, die nu weder aan het licht was gekomen, beraamd was, om mij het ontslag uit Meerenberg onmogelijk te maken? Wie was hier aan het werk? Mr. Stam, W. C. Arriëns, of Schnitzler? Zooveel is zeker, dat de toeleg had kunnen slagen, als Kraus mij niet zoo snel had vrijgelaten.

Tenslotte is de ongepaste inmenging van W. C. Arriëns in de zaak Boeijink de oorzaak geworden van alle over mij gebrachte ellende, met de intemeering tot droevig slot, waarbij de officier van Justitie Stam een rol van beteekenis heeft vervuld.

Einde 1934 zocht mijn raadsman Mr. Donath te Arnhem, naar psychiatrischen bijstand. De mondelinge pleidooien naderden en deze wilde hij niet zonder deskundige hulp tegemoet treden. Ik ging op verkenning. De politierechter te Zutphen Mr. van der Giesen, was mij ter wille. Zoekende in zij notities toonde hij mij één naam. Volkomen integer. Absoluut vertrouwbaar — zoo luidde het.

En prof. Winkler? — vroeg ik.

Natuurlijk volkomen integer.

De nestor van den kring schreef me als volgt: „ik ken dr. Schnitzler als een zeer bekwaam en voorzichtig psychiater en zou de zaak niet anders dan in den kring willen behandeld zien. Ik deinsde daarvoor terug. Ik had dr. Schnitzler anders leeren kennen.

De andere mij als volkomen integer en absoluut vertrouwbaar aanbevolene, was onmiddellijk bereid; doch hij wilde ongenoemd blijven. Hopelijk wil Mr. van der Giesen het geheim van den naam eerbiedigen. De kringgeest schrikt velen af. Ik gedenk de uitstekende hulp van dezen zenuwarts met groote dankbaarheid en vereering.

Van verschillende zijden kwam nog raad.

Sluiten