Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dr. Schnitzler aangegeven wijze aan het einde van zijn strijdmiddelen gekomen, in een toestand van onbeheerscht effect bedreigingen gaat uiten, het onverantwoordelijk ware, voor het daarin gelegen gevaar de oogen te sluiten;

overwegende dat de deskundigen op boven genoemde gronden vraag 2 ontkennend hebben beantwoord, met dien verstande, dat zij den term „intelligentie-defect” slechts kunnen aanvaarden onder de restrictie hierboven vermeld, terwijl de deskundigen de hun sub 3 gestelde vraag eveneens ontkennend hebben beantwoord, daaraan toevoegende dat na ar hunne meening gedaagde onverantwoordelijk zou hebben gehandeld, indien hij op grond van het voormelde verhoor en van de bovengenoemde stukken niet de conclusie had getrokken, dat er destijds gevaar bestond, dat eischer tot gewelddaden zou overgaan;

overwegende dat eischer bij zijn conclusie na deskundigenbericht in het geding heeft gebracht een zeer uitvoerig Gutachen van Prof. Dr. G. Aschaffenburg te Keulen, d.d. 16 Juli 1935, welk rapport op 19 Augustus d.a.v. door eischers raadsman aan de deskundigen ter kennisname werd toegezonden ;

overwegende dat Prof. Aschaffenburg daann verklaart het geheele dossier van eischers raadsman te hebben bestudeerd, zich op 29 Juni 1935 eenige uren met Generaal Tonnet in diens woning te hebben bezig gehouden en van diens vrouw en dochter eenige noodzakelijke inlichtingen te hebben gevraagd, waarna hij is gekomen tot een beoordeeling van de drie vragen, die door de Rechtbank aan de door haar benoemde deskundigen werden voorgelegd;

overwegende dat Prof. Aschaffenburg daarbij allereerst heeft uiteengezet dat de querulanten naar zijne meening behooren te worden onderscheiden in de beide navolgende groepen:

1. de pseudo querulanten, die dikwijls een zeer onverstandigen „strijd om het recht” voeren, maar die ten slotte wanneer alle instantie^ zijn uitgeput, dien strijd opgeven en in elk geval geen waandenkbeelden vormen;

2. degenen die aan querulanten waan lijden, voor welke personen als karakteristiek moet worden beschouwd

die völlige Unbelehrbarkeit, das immer starkere

Sluiten