Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECHTDOENDE IN NAAM DER KONINGIN!

ontzegt eischer zijn vordering;

veroordeelt eischer in de proceskosten aan zijde van gedaagde, tot aan dit vonnis begroot op f281.80; de gereserveerende kosten daaronder begrepen, komende bovendien de kosten der deskundigen ad f 300.— ten laste van partij Tonnet.

EEN VERZOEK.

Onder de wapenen die van mij in beslag zijn genomen en bewaard worden in de safe op de gemeentesecretarie te Vorden, bevindt zich een model-revolver, die heeft toebehoord aan wijlen mijn oom, den gep. generaal majoor der infanterie F. Tonnet, Adjt. in B.D. van Hare Majesteit de Koningin. Het wapen is door den generaal als jong-luitenant gedragen bij de hevige gevechten in Samelangan in 1876 op Atjeh.

Mochten er nog vrienden, vereerders of kennissen van dezen bekenden generaal in leven zijn, dan zullen zij mij zeer verplichten door de uitlevering van dit wapen te willen bewerken, c.q. er voor een plaats voor opbewaring te willen uitzoeken, tot tijd en wijle het mij weer vergund zal zijn om wapens in mijn eigen huis te bewaren. J. C. C. T.

DAGVAARDING.

Ondergeteekende is op 15 Mei 1936 te 10% uur v.m. gedagvaard om te verschijnen op de buitengewone openbare Terechtzitting van de Arrondissementsrechtbank te Zutphen, terzake, dat hij op 14 April 1936 te Vorden, opzettelijk beleedigend den burgemeester der gemeente Vorden, W. C. Arriëns, in diens tegenwoordigheid mondeling de woorden: „Arriëns, je bent een ploert, de burgemeester van Vorden is een ploert”, althans woorden van gelijken zin en strekking heeft toegevoegd.

Vanwege den Officier van Justitie W. Stam zullen worden gedagvaard als getuigen:

a. W. C. ARRIËNS, burgemeester van Vorden;

b. Dr. J. C. SCHNITZLER, zenuwarts, wonende te Arnhem, tevens als deskundige.

J. C. C. T.

Sluiten