Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOLVENDE AKKERS OP DE OOSTHELLING MET DE HOEVE „ZONNEBERG”.

kweekelingen, noch leden van het Limburgsch Genootschap, aan het verzamelen van naturalia, en wel van slakken. Het was hun slechts om één enkele soort te doen. Maar dan liefst in een zeer groot aantal exemplaren. Wetenschap was dan ook hun doel niet; ze zochten een lekkernij, de wijngaardslak, een delicatesse voor vele Limburgers.

Dit beestje komt hier veel voor; bij ons boven de Maas is het een zeer zeldzaam dier; ge herinnert U wel de passage uit de Camera Obscura, waar de wijngaardslakken over je laarzen kruipen. Op een enkele plek in het duin leven er werkelijk nog enkele. Naar men zegt, zijn ze er door een liefhebber van een slakkengerecht uitgepoot. Wat niet waar behoeft te wezen, om hun aanwezigheid in het duin te verklaren. Het dier is, om zijn zware huis te kunnen bouwen en repareeren, wel verplicht op kalkhoudenden grond te wonen, en dien vindt het op de meeste plekken in het duin ook; al is er het kalkgehalte gering, in vergelijking met dat van den krijtgrond van Zuid-Limburg.

In elk geval, zóó talrijk zijn ze wel in Zuid-Limburg, en, zooals het bleek ook aan de Jeker, dat mijn slakkenjagers er in een paar uur elk een flinken zakdoek vol van konden inzamelen.

Zij zochten niet naar dieren van een bepaalde grootte; hun buit had ongeveer het uniform formaat van een flinke walnoot. Er zijn er veel grooter; en ook veel kleiner, dat spreekt, maar toch zult ge betrekkelijk zelden een wijngaardslak vinden, die onder de gewone volwassen maat blijft. De jongen schijnen zich beter te verbergen.

Sluiten