Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GROOTE INGANG DIRECT NA DE INSTORTING, IN APRIL 1916.

gerechtelijk werd toegewezen. Het werd bij de inneming van de stad door de Franschen weer aan Godin, wien men er een vergoeding voor gaf, ontnomen en naar Parijs gezonden, waar het zich nog in het museum van natuurlijke historie bevindt.

Het dier, waarvan dit belaneriike en

beroemde fossiel afkomstig was, heeft men Maashagedis of Mosasaurus genoemd; later heeft men ook meermalen wervels en tanden van dit dier gevonden.

De beschouwingen van F a u j a s over het noordelijke gangenstelsel leeren ons niet veel. Bij den tocht in Januari 1795 schijnt het gezelschap door den ingang aan de noordoostzijde de gangen te zijn binnengegaan, op dezelfde plaats, vanwaar men ook tegenwoordig nog gemakkelijk en op geringen afstand de plaats bereikt, waar tijdens de belegering van 1794 vluchtelingen in den berg hebben gehuisd. Hij beschrijft hoe men de bakoven en stallen bezoekt en geeft tevens een eenigszins komische beschrijving van de wijze, waarop de Fransche soldaten zich tijdens de belegering van enkele varkens, welke aan deze vluchtelingen toebehoorden, wisten meester te maken. Een „a la guerre comme a la guerre” om in onzen tijd jaloers op te zijn!

Bij de in 1802 door Pasteur gegeven vertaling van het boek van F a u j a s schrijft de vertaler in zijn voorrede, dat hij zich moeite gegeven heeft om een volledig of zoo uitgestrekt mogelijk plan van de onderaardsche gangen van den St. Pietersberg bij het werk te voegen. Dit is hem echter niet mogelijk geweest; wel was hij zoo gelukkig om een plan van een klein gedeelte te verwerven, waarop de put van het fort en de vandaar naar den grooten ingang loopende gangen zijn aangegeven. Deze kleine, onbeteekenende plattegrond had Pasteur verworven uit de nalatenschap van een officier van de artillerie, die de plattegrond had geteekend. Hij geeft het, zooals

Sluiten