Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opschrift is weergegeven op blz. 70, terwijl hier de weergave van de oorspronkelijke oud-Fransche, naast de in tegenwoordig Fransch gestelden tekst volgt en daaronder de Nederlandsche vertaling:

LE VALEREVX BOLGI LE VALEREUX BOLGI

DANS CE LIEV SA TROUVE DANS CE LIEU S’A TROUVÉ

QVY NE CRAIGNOIT PERSONNE QUY NE CRAIGNAIT PERSONNE QVY GRAND QVIL EVSTET QUY GRAND QU’IL ÉTAIT

CE IOVRDHVY NOVS DEMAND CE JOURD’HUY NOUS DEMAN-

ET MERCI ET PADON DAIT MERCI ET PARDON

PRESENTANT NOVS DONNER PRÉSENTANT NOUS DONNER

DEVX CARL D OR PATACQN DEUX CARL D’OR PATACON

MAÏS ESTANT PLVS DISCRET MAÏS ÉTANT PLUS DISCRET

QVE DE PRENDRE SON ARGENT QUE DE PRENDRE SON ARGENT NOVS LAVONS LAPIDE ET NOUS L’AVONS LAPIDÉ ET

PASTONNE TRES BIEN BATONNÊ TRÉS BIEN

SILVIUS et CHYSSENS SILVIUS et CHYSSENS

LAN 1630 L’AN 1630

Le 5 d’AVRIL Le 5 d’AVRIL

2 HEVRS APRES 2 HEURES APRÈS

DINE DINER

„Op deze plaats heeft zich de dappere Bolgi bevonden, die niemand vreesde en die, zoo groot als hij was, ons vandaag bedankt en om vergiffenis gevraagd heeft, terwijl hij ons aanbood twee gouden Karel-ducaten te geven; maar, daar wij te bescheiden waren om zijn geld te nemen, hebben wij hem flink met steenen gegooid en stokslagen gegeven. — Silvius en Chijssens, den 5 April 1630, 2 uur namiddags.”

Op enkele plaatsen vindt men de namen van de Nederlandsche officieren Hennequin, Bousquet en de Bruyn, en van de hen op verschillende tochten begeleidende andere militairen; de drie genoemde officieren werden in 1837 belast met een onderzoek om na te gaan of men de gangen, waarmede het fort in verbinding stond, nog door andere ingangen zou kunnen betreden en zoodoende het fort naderen. Men moet dus aannemen, dat men toen hier van het bestaan der Fransche plattegrond-teekeningen niet op de hoogte was. Door de drie officieren werd een rapport uitgebracht, waarin zij uitvoerig beschrijven hoe zij de begrenzingen van het noordelijke gangenstelsel volgden en daarbij ook de ingestorte gangen onderzochten; op verschillende plaatsen kropen zij over de instortingen heen, waarbij „alleen het gevoel van plicht de onderzoekers kon noopen den uiterst gevaarlijken togt verder voort te zetten”! Zij kwamen weer bij het fort terug zonder andere toegangen dan de ingang C te hebben gevonden; hieruit blijkt, dat de toestand dezer

Sluiten