Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ZUIDELIJK GANGENSTELSEL.

Ten zuiden van de cementfabriek strekt zich tot over de grens, ongeveer tot aan het kasteel Caestert, één enkel, groot gangenstelsel uit, dat nu een afzonderlijk geheel vormt, zoodat ik het als zuidelijk gangenstelsel aanduid, doch dat vroeger met de andere gangenstelsels één geheel heeft uitgemaakt.

Op Nederlandsch gebied heeft dit stelsel nog één enkelen ingang, welke even ten zuiden van het Nederlandsche douanekantoor, vrij hoog tegen den berg is gelegen. De openingen, welke we in de groeve van de cementfabriek aan den zuidkant zien en welke de plaatsen aanduiden, waar de gangen van het zuidelijk stelsel door den groevewand gesneden worden, kunnen we moeilijk als ingangen beschouwen. Evenmin kan men dit eigenlijk met een opening boven op den berg, waar tengevolge van het ontstaan van een instortingstrechter, de gangen gemeenschap met de buitenlucht hebben gekregen, hoewel het daar \yel mogelijk is om er in en uit te gaan. Op het Belgische gebied vindt men in het bosch van de Caestert een paar groote ingangen, die toegang tot het stelsel geven.

Zeker vormt dit zuidelijk gedeelte het grootste gangenstelsel van den berg en hierin kan men dan ook zeer groote en lange tochten maken. Toch is er een omstandigheid, welke maakt, dat het mogelijk is om zelfs in dit onmetelijke labyrinth eenig inzicht in de onderlinge ligging der verschillende gedeelten van dit gangenstelsel te verkrijgen. Deze is daarin gelegen, dat er eigenlijk een beperkt aantal begaanbare hoofdwegen is, dat een niet zeer ingewikkeld net vormt. Nagenoeg alle andere gangen zijn öf moeilijk begaanbaar door de vele vuursteenen, welke daar overal den vloer bedekken, öf men vindt er tusschen deze steenen door slechts smalle paadjes, die tegenwoordig vrij geregeld beloopen worden en welke steeds wel weer op een der genoemde hoofdwegen uitkomen. Deze gesteldheid is daaraan te danken, dat in dit gedeelte vooral de winning van fijne kalkmergel hoeft plaats gehad, waardoor de gangen sterk uitgediept zijn en in de onderste lagen veel vuursteenen zijn vrijgekomen. Vrijwel overal ziet men dan ook dat het ondergedeelte der kolommen ruw afgewerkt en met het houweel behakt is. Eenerzijds heeft de berg hier een somber aanzien gekregen, anderzijds geeft de aanzienlijke hoogte der gangen, bij de naar beneden iets smaller wordende kolommen, aan het geheel een statigen aanblik.

Er is natuurlijk een bepaalde weg, welke men het gemakkelijkst

Sluiten