Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is een eigenaardige gedachte, dat men in deze gangen ons land kan verlaten en op Belgisch gebied komt. De plaats, waar dit op den meest begaanbaren weg ondergronds geschiedt, is met een lijn op den wand en ook door een op den grond getrokken sleuf aangegeven. Hier ziet men dus inderdaad de grens als een streep en het is mij bij nameting gebleken, dat deze grensstreep zich precies op de juiste plaats bevindt. Vermoedelijk is deze nog afkomstig uit den oorlogstijd, toen men ook ondergrondsche grensbewaking heeft gekend.

Er is ondergronds nog een andere herinnering aan dien veelbewogen tijd te zien, wanneer men over eenigen afstand op Belgisch gebied is doorgedrongen. Men ziet daar al spoedig weer het daglicht schemeren en kan door een paar uitgangen naar buiten treden; deze uitgangen zijn met groote blokken dichtgemetseld geweest, welke versperringen nu grootendeels weer zijn weggenomen. Men bevindt zich daarbuiten ineens in een schilderachtig ravijn midden in het bosch, dat bij het kasteel Caestert behoort. Oorspronkelijk is het hier meer parkachtig aangelegd geweest, doch nu is het erg verwilderd en men moet een open plek tusschen de struiken zoeken om van het onvergelijkelijk mooie panorama te genieten, dat zich in oostelijke en zuidoostelijke richting vertoont. We bevinden ons in de onmiddellijke nabijheid van de groote bochten, waarmede de Maas zich door het dal slingert, daar waar zij de grens vormt tusschen België en Nederland, even ten noorden van Eijsden. In het vroege voorjaar komt men hier vanuit de diepe duisternis der gangen temidden van de ongerepte bloemen- en plantenpracht van den St. Pietersberg. Al ontdekt men hier ook een aantal verwilderde planten, ze staan hier blijkbaar zeer naar hun zin. Vooral in ,het voorjaar kan men gedurende enkele weken getroffen worden door de schilderachtige pracht van bloeiende sneeuwklokjes, die zich even buiten de grot tot groote groepen hebben uitgebreid.

De helling, waarop zich het bosch bevindt, vertoont overal de sporen der verzakkingen van den bovengrond, die ten deele in de onderaardsche gangen is verdwenen. Groote trechters, nu al weer volgegroeid met struiken en boomen van hoogen ouderdom, bewijzen ons, welke catastrophen zich hier ondergronds hebben afgespeeld. Nadert men in zuidelijke richting het kasteel, dat zich hoog boven ons op het eigenlijke plateau van den berg verheft, dan ziet men nog een paar ingangen, die we over de neergevallen aardhoopen kunnen binnentreden. Eén ervan geeft toegang tot den voormaligen

Sluiten