Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Mioceen en Plioceen, bleef dezen toestand bestendigd en stond het landschap onder den invloed der erosie. Op vele plaatsen in de omgeving moet in dien jongsten Tertiairtijd reeds veel Onder-Oligoceen materiaal zijn weggevoerd. Toch vond de Plioceene Rijnarm, die Maastricht tot de lijn Neufchateau-Slenaken genaderd was, nog een pakket zandlagen uit dit oudere tijdperk. De praetertiaire afzettingen waren in dit gebied nog nergens aan de oppervlakte zichtbaar. Van een St. Pietersberg in zijn tegenwoordigen vorm was dus nog geen sprake. Het vormen van de thans aanwezige landschapcontouren was

aan de Maas en hare zijrivieren voorbehouden.

In het volgende zal ik trachten te schetsen op welke wijze de Maas zich van die taak gekweten heeft. Ondanks de scheefstellingen van ons gebied en de daardoor ontstane storingswerkingen lag deze streek nog hoog ten opzichte van h^t tegenwoordige zeeniveau. De berekening voor Neufchateau, het meest westelijke punt waar nog Plioceene grintafzettingen van een vroegeren Rijnarm gevonden worden, geeft een cijfer van 240 m -j-A.P. Terwijl de evengenoemde Rijnarm zijn grint naar dit hooge punt transporteerde stroomde de Maas in een iets lager niveau westelijk van Zuid-Limburg en strooide het Plioceene kiezeloölietengrint over het Kempenplateau. Reeds gedurende het Plioceene tijdvak kwamen de groote storingen in het Oosten, Feldbiss en Sandgewand, in dalende beweging en werd de Rijn gedwongen Zuid-Limburg voor een groot deel te verlaten. De Feldbiss werd hier vanaf Kerkrade over Brunssum-Sittard-Obbicht

Afb. 22. Erratisch blok, blootgelegd in het Hoog-, terras-grint van den St. Pietersberg bij de Enci Deze kwartsiet is afkomstig uit het Cambrische Revinien der Ardennen. Het transport naar de vindplaats heeft plaats gehad op een groote ij s— schol, waarin het gesteente ingevroren was.

Sluiten