Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarschijnlijk aangevoerd uit Duitschland en België. Tegenwoordig is ze niet meer zeldzaam, maar ze zwerft gaarne van de eene plaats naar de andere. D e G o r t e r (1745 appendix 1747) geeft ze reeds aan voor Arnhem, Naarden en Utrecht; ook werd ze in 1844 bij Nijmegen, Eist, Schalkwijk aangetroffen. Blijkbaar heeft ze in Noord-Nederland geen stand gehouden. Haar natuurlijk verspreidingsgebied omvat, evenals dat van S. silvestris, bijna geheel Europa (behalve het uiterste noorden), een deel van N. Azië, de Canarische eilanden en N. Afrika.

Valerianella dentata is in het krijtland een der meest gewone akkeronkruiden.

Duifkruid (Scabiosa columbaria). Deze fraaie plant ontbreekt nergens in de krijtweiden, maar komt daarbuiten niet voor. Wel groeit in de Maas-, Jeker- en Geulbeemden een andere ondersoort (pratensis) die bij Elsloo (Catsop) ook wel hoog op de heuvels overgaat; in het krijtland blijven de groeiplaatsen van beide ondersoorten scherp gescheiden. Wanneer men beide ondersoorten onder gelijke omstandigheden naast elkaar kweekt, blijft de krijtvorm in alle deelen de helft kleiner en bloeit ongeveer een maand later. Beide zijn zaadvast. Meestal zijn de bloemen zacht lilablauw; maar vooral de krijtvorm heeft dikwijls karmijnroode, licht- of donkerrose, zalmrose, lichtlila of zuiverwitte bloemen; bij de beemdvorm zijn al deze kleuren veel zeldzamer. Dikwijls vindt men planten, waarbij onder het bloemhoofdje een heele krans gesteelde of ongesteelde kleinere nevenhoof dj es zitten.

Blauwe knoop (Succisa pratensis) komt ook op vochtige plekken op de krijthellingen voor, in 6 kleurvariaties.

Akkerknautia (Knautia arvensis) groeit op de oosthelling veel in den vorm integrifolia met gave bladen. Ook de bloemkleur kan sterk verschillen van karmijnrood tot lilablauw en wit.

Aardvederdistel (Cirsium acaule). Al zijn ook de bloemen van deze distel, een karakterplant der krijtweiden, zoo goed als ongesteeld en daardoor diep in het gras verscholen, de insecten kunnen haar toch makkelijk vinden, omdat de purperkleur sterk opvalt; bovendien verspreiden ze evenals de meeste distels, een fijne vanillegeur. Ze bevatten evenveel honig als andere distels en worden dan ook door dezelfde insecten bezocht. Men vindt ook wel planten met langer of korter bloemsteel, maar kweekt men haar in voedzamen grond, dan krijgen juist de meeste bloemen stelen van 10 tot 15 cm, die dan ook nog meerdere bloemen kunnen dragen of zelfs eenigszins

Sluiten