Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daslook (Allium ursinum) dat door Bory maar eenmaal op den Pietersberg werd aangetroffen, kwam vóór de afgraving door de E.N.C.I. tusschen Slavante en Lichtenberg in groote hoeveelheid voor; het groeit thans nog veel in het bosch bij Caestert. Men mikt het reeds op afstand vooral als het door roest is aangetast.

Moeslook (A. oleraceum) komt verspreid in kleine pollen als alleenstaande plant over de heele berg voor. Echter niet in den typischen vorm met smalle buisvormige maar alleen in den vorm latifolia met platgootvormige breeder bladen.

Herfsttijloos (Colchicum autumnale). Evenals overal in het krijtland komt zij ook wel in de krijtweiden voor; maar toch slechts in verspreide exemplaren; zij hoort thuis in de associatie der flora van moerasland in de beekdalen, waar ze in den herfst ware bloemenweiden vormt; ook in de Jeker- en Maasbeemden. Bij Hermalle zijn aan den voet van den berg ook planten gevonden, die in het voorjaar bloeiden; waarschijnlijk was hooge waterstand oorzaak van deze buitenzomerschen bloei. Als de bloem begint open te gaan, is ze pas half zoo groot als wanneer ze geheel geopend is; de stijlen steken eerst boven de meeldraden uit, daarna zijn beide evenlang en ten slotte zijn de meeldraden langer dan de stijlen. Ieder bloem kan zich dagen achtereen periodiek openen en sluiten, en de stempels blijven ook lang open. De honig wordt afgescheiden door de verdikte buitenzijde der helmknoppen en bewaard in groefjes met een haarkrans omgeven in de bloemdekbladen. Al zijn de stijlen tenslotte 10-12 cm lang, insecten kunnen het stuifmeel gemakkelijk op den stempel brengen. Bladen en zaaddoozen verschijnen pas het volgend jaar in Mei. Alle deelen van deze plant zijn zwaar vergift, ook in gedroogden toestand; het vee graast er zooveel mogelijk omheen.

Veelbloemig Salomonszegel (Polygonatum multiflorum) komt in ieder loofbosch op krijt en leem veel voor. P. officinale is tot nu toe in Zuid-Limburg en aangrenzend buitenlandsch gebied nog niet gevonden; wel groeit ze in Noord-Limburg en de duinen, in Eifel en Ardennen. Veelbloemig S. heeft ronde stengels, buisvormig bloemdek en kortbehaarde meeldraden. Gewoon S. kantige stengel, opgeblazen bloemdek met kale meeldraden.

Groote Veldbies (Luzula maxima) komt in ieder loofbosch op krijt en andere kalkhoudende gronden voor, maar Witte V. (L. nemorosa) die in groote hoeveelheid in de bosschen op krijt vanaf Eis-Wittem, Gulpen tot Vaals groeit, is op den Pietersberg nog niet waargenomen.

Sluiten