Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ST. PIETERSBERG ALS PLANTENGEOGRAFISCH BASTION

DOOR Dr. J. HEIMANS.

De plantengeografie, die als werkobject heeft de studie van het verband tusschen de vegetatie sn haar groeiplaats, tracht het aldus gestelde doel te benaderen door het onderzoeken van den plantengroei tot in details, om de daardoor gevonden enkelvoudige feiten en gebeurtenissen dan weer samenvattend en ordenend te bezien uit meer algemeen gezichtspunt^ Dit voert tot het rangschikken en groepeeren van de gegevens door middel van indeelingen en karteeringen, die de totaliteit der vegetatie scheiden en classificeeren volgens zeer uiteenloopende kenmerken van onderscheid.

Zoo kan men bijv. vooreerst trachten eenvoudigweg de plantengroei van een bepaald geografisch of staatkundig omgrensd gebied samen te vatten in een zoo volledig mogelijke soortenlijst voor een land, provincie of nog kleiner gebied. Al deze inventarisaties kunnen dan weer dienen, om daaruit omgekeerd het totale verspreidingsgebied van een bepaalde plantensoort, -geslacht of -familie weer te geven en te omgrenzen op de wereldkaart.

Zulk zuiver topografisch werk is volstrekt niet zonder wetenschappelijke waarde. Integendeel, alleen reeds door het vergelijken van nauwkeurige areaalkaarten zijn belangrijke conclusies te trekken van zeer verschillenden aard, conclusies omtrent den oorsprong en geschiedenis, over de levensvoorwaarden en uitbreidingsmogelijkheden der bestudeerde vegetaties, en nog veel meer.

Voor de gebruikelijke phytogeografische hoofdindeeling van het plantenkleed over de geheele aarde worden verschillende indeelingsprincipiën tegelijkertijd en door elkaar toegepast. Een enkel voorbeeld maakt dat duidelijk; de naam voor een van de bekendste vegetatietypen: „tropische regenwouden” verwerkt in twee woorden drie verschillende bepalingen, n.1.' ten eerste een klimatische, uitgedrukt naar den breedtegraad, een tweede klimatische naar den sterken regenval, ten derde een physiognomische, d.i. naar het globaal aspect van de vegetatie.

Bij de voortgezette onderverdeeling van de groote vegetatierijken in plantengeografische gebieden, provinciën en sectoren worden behalve zulke klimatische en physiognortiische nog andere overwegingen gevolgd: geografische, floristische en bodemkundige,

Sluiten