Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGENDE VAN DE DRIE VERDWAALDE BOEREN IN DEN ST. PIETERSBERG.

Men vindt op sommige plaatsen in den St. Pietersberg, hoewel sporadisch, nog aanplantingen van chicorei, selderei en bitterpeeën, welke er door de boeren van het dorpje St. Pieter gekweekt worden.

Vroeger was dit gebruik algemeener en ik herinner mij nog heel goed, dat in een gedeelte van het noordelijk gangencomplex in de onmiddellijke nabijheid van het fort St. Pieter vrij uitgebreide cichoreikweekerijen voorkwamen. Ook in het gedeelte onder „Zonneberg” gelegen trof men dit soort kweekerijen aan. De planten werden in de losse mergel gezet en tierden uitstekend in de onderaardsche gangen.

Op een vroegen morgen begaven zich een drietal boeren naar den berg met het doel om daar een geschikt plaatsje uit te zoeken voor den aanleg van een nieuwe kweekerij.

Het opgaan der zon gaf aan de romantische omgeving een bijzondere bekoring: zacht-rose getint lagen er velden en beemden, het zwaarloverig geboomte van Slavante met op den achtergrond de groene heuvelklingen en hoog op den berg het fiere kasteel van Lichtenberg; in de diepte kronkelde zich de veelbezongen Maas, Limburg’s schoone stroom, terwijl zich aan den overkant de golvende heuvels in een teer-blauw waas vol droomerige schoonheid, in de verte afteekenden. Na eenigen tijd bereikten de mannen een der in de mergelrots uitgehouwen ingangen, de toegang vormend tot de lichtlooze krochten.

Ze ontstaken hun toortsen en begaven zich in den berg. Hun gesprek liep vanzelfsprekend over landbouwkundige zaken en de nieuwe cichorei-aanplantingen. Toen het over de „vrouwlui” kwam te spreken, vond de oudste van de drie, „dat het nu toch tijd werd dat Jean — de jongste — zich een lief koos, hij kon toch niet altijd vrijgezel blijven!”

Inplaats van te antwoorden, maakte Jan zijn makkers opmerkzaam op een klein lichtje, dat zich in de verte op en neer bewoog. Onwillekeurig vroegen de mannen zich af, wat dit te beteekenen had.

Successievelijk naderde het lichtje en konden zij een gedaante onderscheiden. Het bleek een oude vrouw te zijn wier spichtig uiterlijk, gebogen havikneus, ontelbare rimpels en tandelooze mond den lachlust van de kerels opwekte.

Sluiten