Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij voor allerlei vragen, als ’t ware ook die, om mijn plannen eens te laten rusten en eerst behoorlijk te komen kennismaken! Van die eerste kennismaking werd aan de deelnemers van allerlei excursies, die tijdens den tunnelbouw de groeve en de gangen bezochten, verteld en zoo ontstond, nadat ik ook de geheimen van den berg in Parijs was te lijf gegaan, mijn boekje van 1935 als een eigen uitgave; deze beoogde om in goedkoope en toch goed verzorgde uitvoering, beknopt, objectief en populair-wetenschappelijk, de noordelijke gangen van den berg te behandelen. Het onderwerp liet mij niet meer los en ook de andere deelen van den berg trokken mij aan om er de bijzonderheden op een dergelijke manier van te leeren kennen. De niet gepubliceerde foto-collecties *), welke de E.N.C.I. mij opdroeg te maken van oude opschriften en merkwaardigheden, die op den duur dreigden te loor te gaan, brachten mij in nader contact met het donkere zuiden van den berg. Zoo ontstond de lust naar een verzamelwerk, waarin anderen mij in en buiten de duisternis zouden vergezellen. Wanneer dat nu hiermede is tot stand gekomen, wil ik ook op deze plaats nog eens mijn dank uitspreken aan allen, die daaraan hebben medegewerkt of door correctie, het geven van inlichtingen of het ter beschikking stellen van foto’s of cliché’s hun hulp verleenden. Het resultaat, dat bereikt is, lijkt mij, wat mijn aandeel betreft, nog onvolledig; tijd en plaatsruimte hebben mij aan banden gelegd, maar. .. misschien is dit wel goed ook: wat er nu nog overblijft, kan men door het bezoeken van den Sint Pietersberg zélf leeren kennen!

*) Aanwezig in het Rijksarchief te Maastricht en in de Bibliotheek van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg te Maastricht.

Sluiten