Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROLOOG

DE DICHTER (muziek)

Een stem kwam tot me, vroeg m'om een gebeuren,

geschied op dezen ouden grond,

zulk een, als harten verheft en vereenigt,

te vatte in krans van verinnigde woorden

die vormt des dichters hart, en spreekt zijn mond.

O, zeg, mag het een droomgebeuren zijn?

De droom behoort immers ook tot het leven:

hij kan de knop zijn, waarin staat geschreven

van een volgroeide kelk blijvende lijn.

„Gedroomd gebeuren", in die klank ligt vrede;

naar hem zullen wij samen opgaan. Komt

gij allen, wier wortels in d'eendren grond

zich boren sedert eeuwen, die verbond

lotsgemeenschap, ook als z'elkaar bestreden.

En gij andren, opgejaagden, verdrevenen,

van her en derwaarts, naar onze stranden gestroomden,

komt ook: laat ons allen samen den gouden droom

van groei tot ware gemeenschap droomen.

Sluiten