Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(tot de arbeiders)

Maar jullie die knikken nu heftig van ja,

laatje drukke gebaren gerust wat luwen,

't is zoo maklijk... O wees niet bang, ik ga niet openrijten oude wonden,

maar dat eedle gevoel waarop jullie boogt,

als wordt het bij jullie alléén gevonden,

't is in jullie harten, vrees ik, half verdroogd en verkommerd... O waren jullie waarlijk zoo solidair, als je voorgeeft te wezen,

dan waren de tijden niet zoo bitter gevaarlijk,

dat wie niet verblind zijn, wereldramp vreezen. Wie maken het oorlogstuig, wie vervoeren het moordtuig, dat vreedzame burgers doodt, verminkt hun kindren en hun vrouwen?

Knapen, is ook uw schuld niet groot?

Heiige taak werd jullie opgedragen,

historie wees jullie aan, te zijn

de helden, die menschheid omhoog zouden drage' en

verlossen uit deze hel van pijn

om samen een nieuwe gemeenschap te bouwen

vol bloeiend licht van vreugd en vertrouwen

waardoor stem van makkerschap zwelt en zwelt,

als in bloeiend struweel vogelenkoren.

Zoo heeft men 't u altijd voorgesteld,

maar waar kan 't slechts worden, zoo g'ook de voren

omploegt van je weze' en dat wezen stelt

in den dienst van 't universeele leven...

Dan kunnen w'een hoogere orde toestreven,

waarin de mensch is den mensch welgezind

en wil voor elkaar te zijn, vult met geruisch

van levende watren het aarde-huis.

Sluiten