Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zien we, wanneer we onze aandacht eens geven aan de verplichtende kracht dier normen?

Sommige van die normen zijn absoluut dwingende wetten, andere normen zijn blijkbaar wetten, die 'n meer of minder grote speelruimte laten: wie palas gebruikt voor paleis of bewinder voor bewonder, is „onverstaanbaar”. U begrijpt me goed, ik bedoel niet, dat 't onmogelijk zou zijn, dat we hetgeen hij zegt gaan beschouwen en en dan gaan interpreteren, en uitmaken dat hij wel paleis zal bedoelen, maar ik bedoel, dat door de verandering paleis-palas, het woord paleis blijkbaar is getroffen in een van zijn essentiële kenmerken. De tegenstelling van verschillende phonemen van het nederlandse taal-systeem maakt t.o.v. het „woord” een noodzakelijkheid int in die zin, dat zijn bestaan en zijn verstaanbaarheid daarvan afhangt. De nederlander heeft, gegeven zijn taal-systeem, geen vrijheid meer de ei, de a, de i, of de o, door 'n ander phoneem te vervangen: de phonologische wetten van zijn taal constitueren voor hem een „noodzakelijkheid”.

Niet anders is het met de wetten der groepvorming van de soort die we zo straks bespraken. Ook die zijn noodzakelijk. Doch, ze zijn noodzakelijk in een geheel andere zin dan de phonologische wetten: „de op Dam paleis het” b.v. is voor een nederlander wel „onbegrijpelijk”, deze combinatie is voor hem wel 'n puzzle, maar de afzonderlijke gegevens van die puzzle zijn voor hem „verstaanbaar”. De betrekkingen echter die, gegeven het nederlandse taal-systeem, tussen deze woorden, in attributieve vereniging, mogelijk zijn, eisen bovendien een vaste groepering, bewerken één bepaalde woord-orde, laten maar één bepaalde combinatie dezer woorden toe: „het paleis op de Dam”, en voor de „begrijpelijkheid” van de groep is deze combinatie van „verstaanbare” groep-componenten „noodzakelijk”. De wetten derhalve, die de groep-vorming van deze soort beheersen, constitueren voor de nederlandse taalgebruiker weer ’n „noodzakelijkheid”, doch, ’n noodzakelijkheid op een geheel ander plan dan het phonologische, en een noodzakelijkheid met een geheel andere „inhoud”.2)

Anders is het met de wetten, die de opeenvolging van de „zins-delen” bepalen in de enkelvoudige zin.3) We zagen al, dat hier 'n zekere vrijheid heerst. In ons voorbeeld was ’t zó,

Sluiten