Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drachten. Die van Trier zou hij nooit vergeten. Daar was hij doorgetrokken in den triomfantelijken optocht van hertog Karei toen deze zijn stouten keizersdroom in vervulling meende. Frisch waren de menschen daar en blonde, gezonde vrouwen juichten toe. Aan zoo'n vrouw durfde hij niet meer denken; hij zag zijn schrale kleeren en zijn handen die hard waren van eelt.

Bij zijn gang naar het dorp had hij haast geen jonge vrouwen gezien. Het was of daar alles oud was, de huizen en de menschen. De schraalheid van de heide had de menschen overwoekerd. Hun gezichten waren mager en vaal en de vrouwen schenen verdord. Hoe zijn die ooit met elkaar kunnen trouwen, dacht Johan, hoe kan men op zoo'n vrouwen verliefd geraken. Maar hij speurde toch of geen jonge frissche meid ergens onder al die verdorring opdook. Als hij er dan één gezien had en die had dan ook naar hem opgekeken, zat hij er 's avonds over na te denken in zijn eenzaamheid daarboven.

De regen kwam. De eerste droppels klapten tegen den heigrond en de wasem steeg met beklemmenden reuk van heet kruid en heete aarde over het land. Weldra werd het een wijd suizen en Johan zat vanuit zijn hut

Sluiten