Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de boeren die hier rondom leven, zijn dienaars van de abdij.

— Ik wil een vrije boer zijn, zei de soldaat Johan.

— Gij spreekt een taal die ik niet versta, zei de abt. Is een boer niet gebonden aan de aarde en behoort de aarde niet aan den heer ? En geeft het vee dat van de aarde leeft niet de eerste vrucht van zijn vruchtbaarheid aan God, waarvan wij hier de dienaars zijn. Soldaat Johan, gij kunt het land bewerken, de oogsten onttrekken aan de aarde, de dieren dienstbaar maken, als onderdaan van de abdij. Meer kan ik u niet zeggen, want ik heb geen gezag om u meer toe te staan.

De soldaat Johan stond met gebogen hoofd na te denken.

— Ik denk, zegde hij, dat er een tijd zal komen waarop de boer meer zal zijn dan een loonknecht. Ik heb geduld, ik zal wachten.

De abt glimlachte; een glimlach waarin medelijden was en eerbied.

— Wij hebben allen onze droomen en onze verwachtingen, zegde hij, zelfs hier waar verleden of toekomst geen belang hebben.

Ga nu, soldaat Johan, gij kunt uw hut bouwen, en uw stuk grond, en ook van de weiden zal u een deel tot gebruik worden

Sluiten