Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

om eerst nadat deze haar beslag had gekregen, over te gaan tot de decentralisatie van bestuur, waarbij in de eerste plaats te denken ware geweest aan zelfbestuur van gewesten en op de allerlaatste plaats aan zelfbestuur van gemeenten. Eerst de algemeene bestuurshervorming; dan had men zoodoende langzamerhand de toestanden gewijzigd en waren deze op hun beurt geschikt geworden om het beginsel van decentralisatie in anderen zin, dat spreker op zichzelf eveneens goed vond, in toepassing te brengen i).

De vrijzinnig-democratische afgevaardigde Dr. Bos2) wees op Bos.

zijn beurt op de noodzakelijkheid in het Indisch bestuur van twee wijzigingen: hervorming van het bestuur in Indië zelf en verandering der verhouding van het bestuur in Indië ten opzichte van het Moederland en van het Parlement. Een dringende eisch was het, in Indië de verantwoordelijkheid ook te leggen in de peripherie. Men moest decentraliseeren; men moest de verantwoordelijkheid durven leggen op en daardoor ook het gevoel daarvoor opwekken bij hen, die als het ware in den omtrek waren geplaatst.

Spreker sloot zich te dien opzichte gaarne aan bij hetgeen door de Heeren De Meester en Colijn was opgemerkt, ook wat betrof het opleggen van financieele verantwoordelijkheid.

Voor den Minister was de beantwoording niet zwaar. De Heer Minister van De Waal Malefijt merkte terecht op 3), dat als men lette op de Kolomengoede ontvangst, welke de aankondiging der bestuurshervorming in de Kamer had gevonden, verwacht mocht worden, dat als het eenmaal zoover kwam, dat de Regeering dienaangaande voorstellen deed, Zij op veler steun zou mogen rekenen 4). Zeker zou dit een spoorslag zijn, ook voor de Regeering in Indië, om het voorbereidende werk zooveel mogelijk te bespoedigen. Wat de voorloopige uiteenzetting van de bedoeling der hervorming betrof,

wilde de Minister nog wel dit toevoegen aan hetgeen in de Memotie van Antwoord was medegedeeld, dat aan den gouverneur ook

1) In deze opmerkingen lag een grond van waarheid. De gevolgen der onjuistheid,

op welke spreker doelde, hebben zich bij de verdere uitwerking van het vraagstuk doen gevoelen.

2) Handelingen a. v., blz. 256.

3) Handelingen a. v., blz. 277.

4) Dat de Kamerverkiezingen van 1913 geheel andere verhoudingen zouden scheppen, ook ten aanzien van de koloniale staatkunde, viel destijds niet te verwachten.

Indische Bestuurshervorming 2

Sluiten