Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

Zooals in de Memorie van Toelichting uitvoerig werd betoogd, zou ook daar een daadwerkelijke scheiding zijn te betrachten tusschen hetgeen als de „dagelijksche bestuursuitoefening" zou zijn te qualificeeren en de algemeene bestuursleiding, het aan Europeesch personeel van breedere ontwikkeling voor te behouden bestuurstoezicht.

Wat echter in de algemeene lijn der voorgaande beschouwingen in dien gedachtenkring als einddoel aan het Inlandsch Bestuur zou toekomen, zou bij gemis vooralsnog van de daartoe gevorderde krachten voor de Buitengewesten als overgangsmaatregel zijn op te dragen aan een daartoe in het leven te roepen afzonderlijk korps Europeesche ambtenaren, bestemd om, na passende voorbereiding, onder het toezicht en de voorlichting der ambtenaren van dien landaard van den algemeenen bestuursdienst den schakel te vormen tusschen het bestuurshoofd van de afdeeling en de Inlandsche hoofden en bevolking. Waar het voorts in de bedoeling lag, aan die nieuwe categorie van ambtenaren, wat het voorafgaand algemeen onderwijs betrof, dezelfde eischen te stellen als aan de op het oogenblik aanwezige ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur en vóór de toetreding tot den actieven dienst hun een vakopleiding te verschaffen, die, uit een practisch oogpunt beschouwd, voor de uitoefening van het dagelijksch bestuur een niet mindere geschiktheid zou waarborgen, bestond voor achteruitgang van de bestuurstoerusting der Buitengewesten daarbij geen gevaar. De beoogde encadreering door Europeesche bestuurskrachten van breedere ontwikkeling dan de tegenwoordige zou integendeel het geheel veeleer in deugdelijkheid doen winnen.

Waar voorts in het aldus gedacht samenstel van maatregelen de werkkring der Europeesche ambtenaren van den algemeenen dienst in de Buitengewesten en die op Java en Madoera in beginsel al meer elkander zouden naderen, zouden, naar de inzichten der Regeering, de motieven tot bestendiging der bestaande administratieve scheiding van die beide bestuurskorpsen meer en meer vervallen en lag in het nieuwe stelsel een samensmelting voor de hand, uit welke over en weer belangrijke voordeelen zouden voortvloeien. In overeenstemming met de inzichten der Indische Regeering was de Minister derhalve van oordeel, dat met betrekking tot de Europeesche ambtenaren voor de algemeene bestuursleiding fusie tot één korps wenschelijk zou zijn.

Sluiten