Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

De versterking van het Inlandsch Bestuur op Java en Madoera, Adjunctwaarop in de vorige bladzijden werd gedoeld, bestond in de in- Regent' n' stelling, voornamelijk tot bijstand der Regenten, van een nieuwe groep ambtenaren onder den titel „Adjunct-Regent", die, na tot dat doel alsnog een bepaalde voorbereiding te hebben verkregen, ten getale van één of twee, naar gelang der beteekenis van het ressort, aan den Regent ter zijde zouden worden gesteld. Zou die instelling in de eerste plaats ten doel hebben, aan de uitbreiding van werkzaamheden te gemoet te komen, die voor den Regent het gevolg zou zijn van de inkrimping der bemoeienis van Europeesche zijde met de dagelijksche bestuursuitoefening, bovendien lag het in de bedoeling verschillende functiën van bij zonderen aard van de Controleurs allengs op te dragen aan de Adjunct-Regenten, onder het toezicht en de bevelen van den Regent.

De keuze voor het nieuwe ambt zou te vestigen zijn op de meest bekwame, zooveel mogelijk ook door hunne afkomst op den voorgrond staande, Inlandsche krachten van het Districtsbestuur, voor welke een op de eischen der practijk gerichte aanvullende opleiding zou worden georganiseerd aan een nader te bespreken „Instelling voor Bestuursstudiên" ter hoofdplaats Batavia, bij welke zij voor twee jaren gedetacheerd zouden worden.

Met den onderwerpelijken maatregel zou gepaard gaan de geleidelijke opheffing der betrekking van Patih ter regentschapshoofdplaats, die na hare vereeniging, ingevolge de reorganisatie van 1900, met het ambt van Wedana aldaar veel van haar waarde had verloren.

De voorstelling van een blijvend instituut werd niettemin voor de Adjunct-Regenten bij voorbaat afgewezen. Wanneer te eeniger tijd de Regenten en de ambtenaren van het Districtsbestuur de nieuwe taak zonder verdere hulp op zich zouden kunnen nemen,

werd de mogelijkheid niet uitgesloten geacht, dat het oordeel over de onmisbaarheid van hun ambt in gelijken zin zou luiden, als enkele jaren te voren dat over de urgentie van het afzonderlijk ambt van Patih ter hoofdplaats van het Regentschap.

Wat aangaat het in verband met de hervorming van het be- civiele Gestuurswezen der Buitengewesten besproken instituut der Civiele zaghebbers' Gezaghebbers voor de dagelij ksche bestuursvoering aldaar, werd eene aanwijzing, in welke richting men zich daarbij had te bewe-

Sluiten