Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERWEGING IN NEDERLAND VAN VERDERE VOORBEREIDING

§ 3. GEDACHTENWISSELING MET DE STATEN-GENERAAL OMTRENT DE AANVULLENDE BEGROOTING 1911

A. Tweede Ka- Het Voorloopig Verslag der Tweede Kamer liet omstreeks tien mer' maanden op zich wachten. Eerst 7 Juni 1912 werd het vastge-

Schriftelijke be- s^eld. Als bijlage was aan het Verslag toegevoegd een Nota van an elmg het Katholiek Kamerlid den Heer Bogaardt, voormalig Indisch

Verslag1"5 ambtenaar. In die Nota werd als oorzaak van de vertraagde vaststelling voornamelijk genoemd de wensch, om aan de publieke opinie gelegenheid te laten, zich over het hervormingsplan uit te spreken. Van die gelegenheid hadden de tegenstanders niet nagelaten een ruim gebruik te maken. Dit evenwel op een wijze, die, zooals genoemde afgevaardigde opmerkte, in het algemeen beheerscht was door twee principieele fouten. In de eerste plaats door een minder goede voorstelling van de oorzaken van den bestaanden onbevredigenden toestand en voorts door een verkeerd begrip van de inrichting en de werking der voor de reorganisatie gevorderde instituten.

Uit den toon van een aanmerkelijk deel van het Verslag bleek, dat inzonderheid aan de linksche zijde de Kamer in groote mate den invloed had ondergaan van een heftige campagne, die langs allerlei wegen, openlijk en bedekt, tegen de denkbeelden der Regeering was gevoerd. Een verzet, waarin gevoeligheid van nog in functie zijnde en voormalige Indische bestuursautoriteiten een groote rol speelde, met daarnaast — om in de opmerkingen der Nota-Bogaardt andermaal een greep te doen — overschatting der waarde van het bestaande.

Memorie van Een gunstige tegenstelling met het Kamerverslag was de Memorie van Antwoord, welke enkele weken later, bij brief van 12 September 1912, door den Minister De Waal Malefijt werd ingezonden en die op waardige, rustige wijze eene zakelijke weerlegging leverde van de tegen de Regeering gerichte beschouwingen en tevens, voor zooveel in dit stadium reeds mogelijk, op verschillende punten eene breedere uiteenzetting gaf van de bedoelingen der Regeering.

Waar — behoudens een paar opmerkingen van bijkomstige beteekenis en meer van persoonlijk dan van zakelijk belang — van de onderwerpelijke stukken geen bepaalde invloed is uitgegaan op

Sluiten