Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING IN INDIË (1910-1913)

te lijnen dan geen bezwaar zou zijn gemaakt, maar hij meende te moeten constateeren, dat hij, die besefte welke evolutie men in Indië doorleefde, moest inzien, dat reorganisatie noodig was, en dat deze zich, althans naar sprekers gevoelen, langs die groote lijnen moest bewegen. Ons bestuur werd zooveel intenser, wij hadden voortdurend door de uitbreiding van ons werkelijk gezag in de Buitenbezittingen zooveel meer bestuursambtenaren noodig, dat het voor een klein land als Nederland, dat veel knappe en karaktervolle jongelieden telde, niettemin onmogelijk was dezen aan Indië te leveren in voldoende mate en naar de behoefte van het oogenblik. Spreker wees in dit verband ook op de bezwaren van den dienst in Indië voor het gezinsleven. Maar ook al bestonden die niet, dan nog zou bij een organisatie als de bestaande niet op bevredigende wijze in de behoefte aan personeel voor het bestuur zijn te voorzien en daarom juichte spreker het toe, dat het getal Europeesche ambtenaren zou worden verminderd en meer werkelijk gezag zou worden gelegd in handen van Inlandsche bestuursambtenaren, al zouden aanvankelijk daarbij moeilijkheden worden ondervonden.

De voorstellen zouden er mede toe bijdragen, om de inheemsche bevolking aan ons te hechten en haar gunstiger voor ons te stemmen, ziende dat haar hoofden meer aandeel zouden krijgen in het werkelijk gezag.

Verder zou spreker niet ingaan op details, daar er niet alleen voor de Kamer, maar ook voor de Regeering nog tal van vragen waren, waarvan zij zelf nog niet wist in welke richting te beslissen.

De Heer De Meester moest verklaren, dat voor zoover hij de ambtenaren van het Europeesch Bestuur in Indië kende, hij er velen onder had ontmoet, wien hij alle hulde wilde brengen voor hun ijver, voortvarendheid en toewijding aan 's Lands belang. Wanneer echter de Gouverneur-Generaal en de colleges en hooge ambtenaren, die de details zagen en de practijk kenden, kwamen zeggen — spreker had in dit opzicht ook wel eens achter de schermen gekeken — dat er niet genoeg volledig geschikten waren voor de hoogere rangen, dan diende erkend te worden, dat men den voorgestelden weg op moest, zonder voor het oogenblik zich te zeer in bijzonderheden te verdiepen.

Zich stellend op dit standpunt, scheen het spreker het beste toe om, wanneer men althans het met de Regeering eens was over de

Sluiten