Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENER BESTUURSHERVORMING ALDAAR (1913-1914)

telijke vooruitzichten van het personeel van het bestaand Europeesch bestuurskorps en van de Inlandsche ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur, voor zooveel uit een oogpunt van billijkheid en in het belang van 's Lands dienst alsnog vereischt, alsmede van de voorbereiding tot den laatstvermelden werkkring;

een en ander in dier voege, dat bij de uitwerking der bedoelde maatregelen en bij de daartoe gevorderde beraadslagingen met ambtelijke colleges en landsdienaren zou worden uitgegaan van de beginselen, ontwikkeld in de Memorie van Toelichting en van Antwoord betreffende het in de zittingen 1910^ 1911 en 1911—1912 der Staten-Generaal behandeld wetsontwerp tot wijziging en verhooging van het Ilde hoofdstuk der begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië, ten behoeve o. m. van maatregelen ter voorbereiding eener reorganisatie van het bestuurswezen aldaar, behoudens vrijlating om van die grondslagen af te wijken en andere beginselen daarvoor in de plaats te stellen waar de nadere overweging van het onderwerp de noodzakelijkheid daarvan deed blijken".

Onder B van hetzelfde artikel werd voorts opgedragen, de noodige voorzieningen van wetgevenden en administratieven aard te ontwerpen of te doen ontwerpen en plaatselijke onderzoekingen en beraadslagingen te houden of te doen houden voor de geleidelijke invoering in Nederlandsch-Indië van de vorenbedoelde bestuurshervorming en voor de uitvoering van de overige onder A omschreven maatregelen, in het bijzonder voor de toepassing van die hervorming, zoodra deze door het Opperbestuur zou zijn goedgekeurd, in één daartoe in te stellen gewest van den nieuwen vorm op Java en Madoera en één zoodanig gewest daarbuiten.

Van de verdere bepalingen van het besluit valt nog te vermelden de uitnoodiging aan alle colleges en landsdienaren tot verstrekking aan den Regeeringscommissaris van de inlichtingen, gegevens en archiefstukken, ter zake van de opdracht noodig geoordeeld; een uitnoodiging, welke zich mede uitstrekte tot den aan mij toegevoegden „Hoofdambtenaar voor de reorganisatie van het bestuurswezen", den Heer J. de Groot, laatstelijk Secretaris van het Departement van Binnenlandsch Bestuur, wiens medewerking inzonderheid van belang werd geacht in verband met zijne bekendheid met de ambtelijke bestuursorganisatie

Sluiten