Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KABINETSWISSELING VAN HET JAAR 1918

terimaire vervulling van het ambt, gedurende een drietal maanden, door den leider van het Kabinet, Jhr. Mr. Ruys de Beerenbrouck, nam ik op 13 November van dat jaar voor dat departement diens plaats in. Als voorwaarde stelde ik daarbij medewerking van het Kabinet tot een spoedige totstandkoming der wettelijke beginselen eener algemeene reorganisatie van het bestuurswezen in Indië.

§ 2. HERVATTING VAN HET BESTUURSVRAAGSTUK

Zoodra mijn nieuwe werkkring mij gelegenheid daartoe liet, werd de Indische bestuurshervorming andermaal ter hand genomen.

Kort na mijn optreden, bij de behandeling der Indische begrooting voor 1920, bood zich reeds de mogelijkheid aan, om in de Tweede Kamer de zaak ter sprake te brengen.

„Ik behoef" — verklaarde ik in de vergadering van 22 December 1919, aan het einde van mijne begrootingsrede ') — „hier niet te verzekeren, dat het ten slotte door mij te behandelen onderwerp, de hervorming van het bestuurswezen in Indië, wellicht meer dan eenig koloniaal vraagstuk mij ter harte gaat. De geachte afgevaardigde, de Heer Scheurer, was zoo welwillend in zijne rede van dezen middag de nauwe betrekking te doen uitkomen, welke voor mij persoonlijk tot dit onderwerp bestaat, en — ik waardeer het zeer — tot algemeene belangstelling voor deze gewichtige aangelegenheid aan te sporen". Ik wees er op, hoe na de verschijning, in 1914, van het tijdens mijn laatste verblijf in Indië als Regeeringscommissaris door mij uitgebracht verslag, waarin het onderwerp in alle zijne onderdeelen was behandeld, feitelijk weinig meer dan enkele op zichzelf staande voorzieningen tot stand waren gebracht in de richting van een ingrijpende herziening van het in Indië nog steeds vigeerend, met den geest van den tijd in vele opzichten niet meer vereenigbaar, stelsel van bestuur.

In het Voorloopig Verslag en de Memorie van Antwoord — zoo ging ik voort — was melding gemaakt van de in een der afdeelingen van de residentie Preanger-Regentschappen genomen proef tot meerdere overdracht van bevoegdheden aan de Inlandsche bestuursambtenaren, gevolgd door verdere stappen in dien zin,

i) Handelingen Tweede Kamer 1919-1920, blz. 1163.

Indische Bestuurshervorming 5

Sluiten