Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOLKSRAAD NOPENS DE NADERE BESTUURSVOORSTELLEN

den, om door decentralisatie op breede schaal en door ontwikkeling van autonomie allengs te komen tot vorming van krachtige provinciale eenheden.

Het bestuur der provincie zou wat betrof de gewestelijke belangen, welke aan den „Provincialen Raad" waren overgelaten, ten aanzien dus van het als de „provinciale huishouding" aan te duiden belangencomplex, worden uitgeoefend door dien Raad, voorgezeten door den Gouverneur. De dagelij ksche leiding en uitvoering van zaken, betreffende dat belangencomplex, zou zijn opgedragen aan een „College van Gedeputeerden", behoudens waar zoodanig college voorshands nog niet zonder overwegend bezwaar zou kunnen worden ingesteld, in welk geval de Gouverneur voorloopig nog die taak zou vervullen.

Voor de niet of nog niet onder evenbedoeld complex gebrachte gewestelijke belangen zou de Gouverneur als vertegenwoordiger van de Landsregeering optreden.

De Gouverneur zou door den Gouverneur-Generaal worden benoemd en van een instructie worden voorzien. Ambtshalve zou hij voorzitter zijn van den Provincialen Raad en lid en voorzitter van het College van Gedeputeerden, in welk laatste college hij in het belang van eene spoedige afdoening van zaken bij staking van stemmen een beslissende stem zou hebben. Bij afwezigheid, belet of ontstentenis van den Gouverneur zou de Resident ter beschikking, die steeds toegang zou hebben tot de vergaderingen van den Raad met het recht om daar het woord te voeren, in diens plaats treden.

Bij de samenstelling van de provinciale raden zou in het algemeen belang rekening zijn te houden met de behoefte aan vertegenwoordiging der verschillende belangengroepen, terwijl voorts zooveel mogelijk naar een juiste verhouding behoorde te worden gestreefd tusschen het stedelijk en het landelijk element.

De raad zou bestaan uit gekozen en benoemde leden. Het gekozen element zou op Java en Madoera kunnen bestaan uit afgevaardigden, al dan niet in onderlinge samenwerking daartoe aangewezen door regentschaps- en stadsgemeenteraden. In de provincies buiten die eilanden zou het gevormd worden door vertegenwoordigers van de stadsgemeenteraden en waar mogelijk eveneens van bij ordonnantie aan te wijzen andere rechtsgemeenschappen, in meerdere of mindere mate overeenkomende met het regentschap op Java en Madoera.

Indische Bestuurshervorming 6

Sluiten