Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

Scheurer. Niet zonder reden verklaarde de anti-revolutionnaire afgevaarAibarda. ^igde Dr. Scheurer i), Voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, dat hij met verwondering had kennis genomen van de motie van den Heer Van Beresteyn, eveneens lid van die Commissie. „Wij zijn" —zeide spreker — „eigenlijk reeds midden in de beraadslaging, want de Heer Van Beresteyn is reeds begonnen zijn critiek te laten hooren over dit wetsontwerp. Het heeft dus volstrekt geen zin om nu over te gaan tot schorsing van de beraadslaging over het wetsontwerp". Spreker moest zich dan ook ten sterkste tegen de motie verklaren.

Geheel anders de leider der sociaal-democratische Kamerfractie de heer Alberda 2), mede lid der genoemde Commissie, die integendeel ten sterkste wilde ondersteunen wat in de motie was belichaamd, al was het ongetwijfeld waar, dat de gedachte van den voorsteller der motie beter uitgesproken ware geworden bij de regeling van werkzaamheden.

De beraadslaging gesloten zijnde, werd de motie van orde van den Heer Van Beresteyn verworpen met 47 tegen 18 stemmen, de laatste afkomstig uitsluitend van sociaal-democratische, vrijzinnig-democratische en communistische zijden.

De Murait. Bij de voortzetting van de algemeene beraadslaging verkreeg alsnu de liberale afgevaardigde Jhr. de Muralt het woord 2). In afwijking van de inzichten van den Heer Van Beresteyn en de andere tegenstanders van het ontwerp verklaarde spreker zich er van overtuigd, dat het, eenmaal tot wet verheven, volstrekt niet in den weg zou staan aan de invoering van het nieuwe Staatsbestel, zooals de Herzieningscommissie dit ingevoerd zou willen zien. Het behelsde feitelijk niet anders dan een ontwerp van de beginselen, waarnaar de reorganisatie van het bestuur in Nederlandsch-Indië zou plaats vinden. Spreker vond het wetsontwerp overduidelijk. Het was z. i. een soort grondwet ten opzichte van de betrokken materie; niet anders dan als zoodanig had men het op te vatten. In de Memorie van Toelichting daarentegen werd zeer uitgebreid de richting aangegeven, waarin de wet moest worden uitgevoerd. Men kon daarover debatteeren, maar vast te stellen had men hier de beginselenwet.

1) Handelingen a. v., blz. 40-41.

2) Handelingen a. v., blz. 41.

Sluiten