Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

Neen, in de eerste en voornaamste plaats was het wetsontwerp een voorstel tot decentralisatie van het ambtelijk bestuur; tot overdracht van Regeeringsbevoegdheden aan de Gouverneurs der in te stellen provinciën. Tien jaren geleden zou een zoodanig wetsontwerp nog met belangstelling zijn begroet. Thans bleef het zoover beneden de levende verwachtingen, negeerde het zoo bot de vurig gekoesterde verlangens, was het zoo leeg aan beloften, dat het niet anders dan als een reactionnaire daad kon worden gezien. Opmerkelijk was het, dat de Minister, die op 22 December 1919 in de Kamer had verklaard te zullen trachten zich de ervaringen van den tijd ten nutte te maken bij de vereischte nadere bewerking zijner vroegere denkbeelden, uit niets daarvan had doen blijken en zelfs het ontwerp niet had ingediend in den vorm, zooals het door den Volksraad was geamendeerd.

Van dezen Minister behoefde dit echter niet te verbazen. Bij de behandeling der begrooting had men al gelegenheid gehad op te merken, dat hij aan de uitspraken van den Volksraad weinig of geen waarde hechtte en bij de behandeling van de Djambi-zaak had men nog duidelijker gezien, dat hij de meeningen en wenschen van den Volksraad „met evenveel gemak en gemoedsrust negeerde) als waarmede hij de suggesties van groot-kapitalistische groepen gehoorzaam(de) i).

Maar van de Kamer wilde de Heer Albarda nog de hoop blijven koesteren, dat zij er voor terugdeinzen zou den Volksraad in het aangezicht te slaan en het groote verlangen van Indië te miskennen.

Men stond voor de Grondwetsherziening, bij de behandeling waarvan men in de staatkundige organisatie van Indië zoodanige veranderingen kon brengen, dat de ontwikkeling in de richting der Herzieningscommissie bevorderd of verzekerd werd.

Mocht spreker nog enkele dingen noemen, waarop zijn ongunstig oordeel berustte, dan wilde hij in de eerste plaats er op wijzen, dat de Volksraad en de Kamer tal van zaken aan hunne beslissing onttrokken zouden zien, die nu, bij de behandeling der begrootin-

l) Deze oratorische wending noopte den Voorzitter spreker te verzoeken, zich in zijne uitdrukkingen te matigen. De verzuchting van den Heer Albarda deed opnieuw blijken, hoezeer zijne partij nog steeds onder den indruk verkeerde van den afloop der Djambi-zaak, die voor haar de principieele beteekenis had van een fiasco in haar jarenlangen strijd voor rechtstreeksche staatsexploitatie der aardoliebronnen in Indië.

-

Sluiten