Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE TWEEDE KAMER

met de grondgedachten van het ontwerp volkomen accoord gingen, terwijl zich nu de laatste dagen een derde groep had geopenbaard, die men eerst tot de tegenstanders meende te moeten rekenen maar die nu had verklaard, dat indien in het ontwerp nog eenige wijzigingen konden worden gebracht, zij zeker niet zouden durven adviseeren dit wetsontwerp, „dat voor Indië zooveel goeds bracht", te verwerpen.

Dit troostte de „niet-specialisten", die toch tot oordeelen waren geroepen en vermaande hen om zoo objectief mogelijk, door kalme overweging van het in de stukken zelf gebodene, hun kennis van het ontwerp te vermeerderen. Die lectuur bood daartoe stof te over en spreker wilde trachten, naar hij hoopte zoo objectief mogelijk, weer te geven, welke zijn indrukken waren. Soms kwamen daarbij nog verrassingen voor, waarbij spreker dacht aan de mededeelingen, twee avonden geleden, van een pas hier te lande aangekomen lid van den Volksraad, den Heer Kiès — merkwaardig genoeg stond juist van dezen spreker die qualiteit in het verslag in de „Nieuwe Rotterdamsche Courant" niet vermeld, — die tegen de beweringen inging van één der grootste tegenstanders, den oud-Hoogleeraar Carpentier Alting, en zeide, dat diens meening noch die van Indië noch die van den Volksraad was! Als spreker dat las, was het z. i. het beste zich om dat alarm blazen niet te zeer te bekommeren, maar te trachten een eigen oordeel te vormen. Dit kon trouwens ook wel, zelfs voor die leden der Kamer, die, ofschoon geen specialiteiten, toch over dit allerbelangrijkste wetsontwerp, dat de tweede, allicht gewichtigste schrede zou zetten op den weg van hervorming van het bestuurswezen in Indië, hun oordeel moesten zeggen.

Geheel nieuw — zeide spreker — was het allerminst. In de Avondpost heette het zelfs „weinig te verschillen van het ontwerp, dat reeds vóór ettelijke jaren door Minister de Waal Malefijt werd aangeboden i)". En de toen vernomen critiek heette zelfs „identiek" aan de oppositie dezer dagen. Spreker had daarom te meer met eenige verbazing van den Heer Albarda gehoord, dat hij meende, dat dit ontwerp misschien tien jaren geleden niet zooveel stof zou hebben opgejaagd en niet met zooveel critiek zou zijn begroet. Neen, zeide de „Indiër", dien spreker hier citeerde, die critiek was er tien jaren geleden even goed. Alleen drong zich de

*) Bedoeld werden de hiervóór, in het Derde hoofdstuk, besproken denkbeelden.

Sluiten