Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

digde — „zegt de Heer Carpentier Alting, de voorzitter der Herzieningscommissie, dat dan?"

„Ik heb hier" — antwoordde de Heer Idenburg — „te spreken over Uw bewering. Daarom vraag ik aan U, wat U tot Uw oordeel recht geeft".

Spreker wilde in dit verband nog op één punt de aandacht vestigen ; hij wilde niet den schijn op zich laden te beweren, dat wat de Herzieningscommissie wilde, precies hetzelfde was als dat, wat de Minister wilde. De Heer Mendels had gesproken over de amendementen van den Volksraad en zich speciaal beroepen op nummer twee, wat spreker een vergissing achtte, aangezien hij in dat amendement geen principieel verschil aantrof. Amendement zeven echter i) was een principieel verschil. En dat punt was dan ook in het Voorloopig Verslag der Kamer niet over het hoofd gezien, maar op den voorgrond gebracht en door den Minister was daarop gereageerd. „Wat was dat principieele verschil" — vroeg spreker. Dat de Herzieningscommissie en de Volksraad wilden, dat in de provinciën het gansche bestuursambtenarendom zou verdwijnen, dat daar de toestand zou worden zooals men dien in Europa had, en dat, waar dat nog niet kon, ongeveer een toestand zou intreden, zooals de Minister dien wilde maar minder vèr gaande.

„Als de Minister dit stelsel aanvaard had" — merkte spreker terecht op — „zou er vooreerst van die provinciën niets komen, want er is op dit oogenblik nog geen territoir aan te wijzen, waar de gansche ambtelijke bestuursvoering kan worden gemist. En dat is ook evident. Zelfs in de meest ontwikkelde streken is op dit oogenblik, al was het maar voor een overgangstijdperk van vijf of tien jaren, naast autonome organen noodzakelijk een gedeeltelijk ambtelijke bestuursvoering. — Zelfs hier in Nederland, zooals de Heer Van Embden zegt, is dit zoo, maar hier te lande, dit geef ik den Heer Mendels toe, is die zeer beperkt. Vóórdat voor geheel Indië zij zoo beperkt zou kunnen zij n, zal wel zeer lang duren. Maar er zijn deelen van Indië, waar zij betrekkelijk spoedig sterk zou kunnen worden ingekrompen. Wanneer men echter zegt, dat de denkbeelden der Herzieningscommissie ergens ten volle zouden kunnen worden uitgevoerd, dan houd ik het er voor, dat de leden van de Herzieningscommissie dit zelf zouden opmerken".

„Bedoelt U ook" — bracht de Heer Mendels in het midden,

i) Vlg. de aanteekening aan den voet van blz. 181.

Sluiten