Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

nig gelukkige wijze — Mr. Mendels en hij las ten bewijze eenige regels voor van blz. 8 der Memorie van Antwoord, die echter, klaarblijkelijk had hij inderhaast dit niet gerealiseerd, betrekking hadden niet op regelende, in den zin van wetgevende, bemoeienis, maar op uitoefening, door den Gouverneur, als orgaan van het centraal gezag, van bestuur in aangelegenheden, welke juist niet behoorden tot het complex van belangen, uitmakende de „gewestelijke huishouding".

De Heer Idenburg vond in die interruptie aanleiding, om andermaal, hoezeer de gedrukte stukken ook op dit punt aan duidelijkheid niets te wenschen hadden overgelaten, een beeld te geven van de bedoelingen der Regeering.

„In dit verband" — merkte die afgevaardigde daarna op — „heeft de Heer Mendels een paar woorden gebruikt, die ik liever niet van hem had gehoord. Hij sprak van: „„camouflage" en van een: „„funeste manier van wetsredactie". Die uitdrukkingen had hij niet moeten gebruiken. Er is hier geen sprake van camouflage, noch van een funeste wijze van redactie. Wat bedoeld wordt, staat duidelijk in de stukken.

„De geachte afgevaardigde" — ging de Heer Idenburg voort — „heeft verder gesproken over artikel 67b en er op gewezen, dat zijn grief tegen die redactie ten deele door den Minister is erkend. Ik geef den geachten afgevaardigde toe, dat de redactie van het eerste lid niet geheel gelukkig is. Ik weet ook, dat sommigen, ook in deze Kamer, deze meening niet deelen en redeneeren, zooals ook ten deele in de Memorie van Antwoord is geredeneerd, dat het speciale voorschrift derogeert aan het algemeene. Maar omtrent de bedoeling van den Minister kan geen quaestie meer bestaan, daar Zijne Excellentie zelf heeft gezegd, bij de aanstaande herziening van het Regeeringsreglement een kleine wijziging te zullen aanbrengen om daardoor aan het bezwaar tegemoet te komen. De Heer Mendels gaf al aan, dat dit zou geschieden door invoeging van het woord: „behoudens"".

Andermaal interrumpeerend bracht de laatstgenoemde in het midden, dat hij het woord „camouflage" had gebruikt in verband met lid 7 van artikel 67 '): „dat voor het overige", welke toelichting den Heer Idenburg noopte hem toe te voegen, dat hij zijne wijsheid dienaangaande had uit de stukken van den Minister en

i) Thans artikel 119 der „Indische Staatsregeling".

Indische Bestuurshervorming '3

Sluiten