Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE BESTUURSHERVORMING

De Memorie van Toelichting van het daartoe strekkend ontwerp-besluit stelde voorop, dat de behandeling door den Volksraad gedurende de buitengewone zitting in April 1931 er toe geleid had, dat de Raad, hoewel het destijds voorgesteld algemeen plan der Regeering betreffende de bestuurshervorming in de Buitengewesten verwerpend, in eenige moties uitspraken had gedaan omtrent verschillende onderdeelen van dat plan.

De geheele onderbouw, waarin de kern der staatkundige hervorming was gelegen, was daarbij in beginsel aanvaard.

Tot een definitieve omlijning van de als overwelving der groepsgemeenschappen en landschappen gedachte groote gewesten was het echter niet gekomen. De Indische Regeering meende daarom den Volksraad opnieuw in de gelegenheid te moeten stellen, omtrent dit onderdeel der hervorming zijn oordeel kenbaar te maken. Zij had daartoe wederom den vorm gekozen van een begrootingsvoorstel, dat echter alleen den bovenbouw, de indeeling in gewesten, aan de orde stelde.

Zij bleef een principieele uitspraak van de Staten-Generaal onontbeerlijk achten, ten einde zekerheid te erlangen wat aanging de verdere medewerking van den Nederlandschen wetgever.

Vooropstellend, dat Zij ook thans weder het standpunt innam, dat de instelling van gewesten, waar en wanneer zulks mogelijk was, op den duur zou moeten leiden tot de vorming van provinciën, zag Zij er geen bezwaar in, voor het oogenblik een uitspraak over de door Haar gedachte „Provincie Sumatra" uit te stellen totdat met de groepsgemeenschappen en het nieuwe gewestelijk bestuur de noodige ondervinding zou zijn opgedaan.

Wat verder het tijdstip van doorvoering der hervorming aanging, was het standpunt onveranderd gebleven, dat gewacht moest worden tot de toestand der landsfinanciën die doorvoering zou gedoogen. Zij vestigde echter wèl de aandacht er op, dat tegenover de nieuwe kosten, welke de hervormingen zouden medebrengen, aanmerkelijke besparingen stonden.

Bovendien, al noopten financieele redenen er toe, de doorvoering van de hervorming nog uit te stellen, onderbreking van de voorbereiding zou de Indische Regeering niet te verantwoorden achten. Integendeel was het een eisch van vooruitziend Staatsbeleid om thans te zorgen, dat wanneer de in komende jaren te verwachten economische en politieke opleving zich vertoonde, de

Sluiten