Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAATREGELEN TOT UITVOERING DER WET

gen, die hij in de eerste plaats voor zijn oogmerk had moeten winnen.

De Katholieke afgevaardigde de Heer Feber betoogde niet te kunnen inzien, dat de door den Minister afgelegde verklaring principieel wijziging zou brengen in het reorganisatieplan. Wat de Minister had verklaard, betrof niets anders dan de bestuurstechniek, zooals die er straks zou uitzien. Van dat standpunt beschouwd, was er natuurlijk geen enkele reden om dat plan mèt de verklaring van den Minister andermaal aan het oordeel van den Volksraad te onderwerpen; om de afhandeling nu, op dit oogenblik, te beschouwen als een daad in strijd met de Grondwet en met de wet op de Indische Staatsinrichting.

De liberale afgevaardigde Mr. Knottenbelt nam eveneens den stand van zaken in gezette beschouwing. Hij was van gevoelen, dat men moest onderscheiden tusschen datgene, wat hier de taak was, en wat de taak was van het Indische Gouvernement en van den Volksraad. Op het oogenblik werd door den Memoriepost aan de Kamer voorgelegd de vraag, of zij zich kon vereenigen met de plannen omtrent de in Indië ontworpen bestuurshervorming. Men had volkomen het recht, behalve om te verklaren: wij willen die plannen niet of wij willen ze wel, om aan te duiden in hoever bezwaren tegen de plannen bestonden en door tegemoetkoming daaraan de plannen aannemelijk zouden zijn te maken, waardoor men tot een uitspraak kon komen, wat de Kamer ten slotte wèl wilde. Spreker achtte het een daad van verstandig beleid van den Minister, dat hij, ziende dat op zeker punt in de Kamer ernstige bezwaren bestonden, daaraan te gemoet had trachten te komen voor zoover hem dit mogelijk toescheen. Hij achtte dit een uiting van gemeen overleg.

Wanneer op het oogenblik het wetsontwerp werd aangenomen, wist men in Indië wat bij de Kamer ingang zou kunnen vinden. Verwerping daarentegen zou geschieden door een samentreffen van overigens uiteenloopende bezwaren, terwijl men juist moest komen tot een uitspraak, die voor Indië positieve beteekenis had.

Overigens moest men niet doen, alsof de beteekenis van den Volksraad hier op het spel stond. Daar was geen quaestie van. Een ander ding was, wat er thans zou gebeuren. Slaagde de Minister er niet in, de Indische Regeering en den Volksraad in zijne lijn te krijgen, dan zou men zich niet op hun stoel plaatsen. Zij

Sluiten