Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACTUEELE STAND VAN ZAKEN

vervolgonderwijs en het lagere vakonderwijs; zorg voor de volksgezondheid, voor landbouw- en tuinbouwvoorlichting en voor den veestapel. De opheffing van de bevolking, intellectueel, physiek en economisch, was hiermede in de eerste plaats aan die nieuwe lichamen toevertrouwd. Een taak, die niet alleen vele jaren lang nog alle inspanning van krachten van de vertegenwoordigers der ingezetenen zou opvorderen, maar die ook daarom van zooveel gewicht was, wijl zij opbouwenden arbeid insloot aan de basis der samenleving, die meer dan de top beslissend was voor wat een land in werkelijkheid beteekent.

Ook buiten deze overdrachten van diensten kregen gewestelijke en plaatselijke besturen, ook de dagelijksche besturen van zelfstandige gemeenschappen, vrijer armslag op verschillend gebied, waartoe buiten het gebied van zelfstandige gemeenschappen het stelsel van z.g. landstreekbegrootingen werd ingevoerd.

Herstel en verheffing van inheemsche bestuursvormen werd voorts nagestreefd en voerde met name op het eiland Bali tot belangrijke resultaten.

Op ambtelijk gebied leidde groeiende capaciteit van het Inlandsch Bestuur tot een ontvoogding, waarbij op Java en Madoera bij toenemend werk het aantal Controleurs van het Binnenlandsch Bestuur was teruggebracht van 132 in 1917 tot 49 in 1939. Verder wees de Heer Visman op de concentratie van krachten, mogelijk gemaakt door het vijftiental vroegere residenties op Java en Madoera, buiten de Vorstenlanden, en het zeventiental residenties in de Buitengewesten te doen plaats maken voor zes groote gewesten van den nieuwen bestuursvorm. Een heilzame coördinatie werd voorts tot stand gebracht door de geleidelijk los van en langs het Binnenlandsch Bestuur opgewassen speciale diensten te groepeeren rondom dat ambtelijk bestuur en de dagelij ksche besturen der zelfstandige gemeenschappen.

De aanzienlijke verlichting, tot welke toepassing van het stelsel van decentralisatie in het centrum zou kunnen voeren, werd met cijfers, betrekking hebbende op de zuivere gewone uitgaven, kenbaar gemaakt. Daartoe echter was noodig, dat zich op de basis van de gestichte nieuwe bestuursinstellingen een warme belangstelling ging vertoonen in de zaken van stad, streek en gewest en dat zich daaruit ontwikkelde een zich verantwoordelijk gevoelende plaatselijke en gewestelijke „burgerij", onmisbare voorwaarde voor wezenlijk zelfbestuur.

Sluiten