Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOORD VOORAF.

Nadat ik in den zomer van dit jaar gepromoveerd was met een dissertatie over Wat leert het Oude Testament aangaande het leven na dit leven ? hield ik voor den Ontwikkelingscursus van Patrimonium te 's-Gravenhage een viertal lezingen, waarin ik trachtte den inhoud van mijn proefschrift in populairen vorm weer te geven.

Wat ik hier geef, komt in hoofdzaak overeen met den inhoud van die lezingen.

Voor de wetenschappelijke motiveering van mijn standpunt moet ik verwijzen naar mijn dissertatie.

Verschillende kwesties als de dualiteit van stof en geest, „inwendiget' en „uitwendige mensch", het vragen van de dooden worden hier besproken, terwijl deze niet of bijna niet in mijn proefschrift behandeld zijn.

Toen ik indertijd met deze studie begon en in aanraking kwam met de nieuwere theorieën over de „ziel" en hoorde, dat de voorstelling, dat de mensch uit lichaam en ziel bestaat, meer neerslag zou zijn van de Grieksche philosophie dan van de gegevens der Heilige Schrift, maakte dit diepen indruk op mij.

Bij het bestudeeren van wat het O. T. leert over „dood" en „leven", heb ik mij langdurig bezig gehouden met de Oudtestamentische gegevens inzake hart, ziel en geest. Ik ben bij die studie uitgegaan, niet wetende, waar ik komen zou.

Het resultaat van mijn onderzoek is, dat ik overtuigd ben, dat de Schrift zeer beslist leert, dat de mensch is stof en geest, lichaam

Sluiten